Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESENTWINTIGSTE DAG.

„Aan andere heiligen schijnt O. L. Heer de genade te hebben gegeven van de menschen in eene bijzondere noodwendigheid bij te staan, doch aan dezen glorierijken heilige, ik weet het bij ondervinding, heeft Hij het voorrecht geschonken ons in alles te helpen. O. L. Heer wil hiermede te kennen geven, dat, gelijk Hij op aarde aan Jozef onderdanig was (de H. Jozef, die Zijn Voedstervader en Beschermer was, kon Hem bevelen) Hij ook nu al diens verzoeken in den hemel inwilligt."

Voorbeeld. — Wij lezen in het leven van den H. Petrus van Alcantara, dat een zekere adellijke familie om zijn voorbede vroeg, om van God een zoon en erfgenaam te verkrijgen. De'Heilige gaf hun den raad dat zij hun verlangen aan den H. Jozef zouden aanbevelen, zeggende, dat hij zelf vele gunsten van den allerzuiversteni Bruidegom van de allerheiligste Maagd had ontvangen. De Markiezin deed meer; zij voelde zich aangespoord, eene belofte te doen, een klooster te bouwen en dit den H. Jozef toe te wijden, indien haar gebed werd verhoord.

Het gebed werd verhoord. Zij bracht een zoon ter wereld, en het klooster werd gebouwd; in verloop van tijd werden haar nog drie andere zonen geboren.

Sluiten