Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERSLAG.

INLEIDING.

§ 1. Instelling en samenstelling der commissie. Bij zijn besluit van 7 September 1918 No. 28 (*) behaag¬

de het Uwer Excellentie's ambtsvoorganger in te stellen de Alcoholbestrijdingscommissie, welke als taak werd opgedragen der Regeering voorstellen te doen, strekkende tot bestrijding van het alcoholmisbruik hier te lande. Tot leden dezer Commissie werden benoemd:

1. P. T. A. Koesoemo Joedo, regent van Ponorogo, tevens Voorzitter.

2. Dr. H. Bervoets, zendelingarts te Kelet.

3. R. M. A. A. Koesoemo Oetoyo, regent van Japara.

4. J. C. Pabst, kolonel der Artillerie.

5. R. O. S. Tjokroaminoto, voorzitter der „Centrale Sarikat Islam" te Soerabaja.

6. R. Ng. Radjiman alias Wediodipoero, hofarts te Soerakarta.

7. Mr. F. M. C. van Walsem, inspecteur van het Regeeringsbureau ter bestrijding van den zoogenaamde handel in vrouwen en meisjes, (thans met buitenlandsch verlof in Nederland vertoevende).

Als Secretaris werd aan de Commissie toegevoegd A. P. Verhoeff, adjunct referendaris bij den Volksraad, thans referendaris bij het departement van Financiën.

De Commissie werd bij Regeeringsbesluit van 3 Maart 1919 No. 39, op haar verzoek uitgebreid met twee leden t.w.:

1. Mej. C. H. Gunning, wijkzuster van het genootschap voor inwendige zending te Weltevreden.

2. Raden Ajoe Notosoedirijo, te Soerakarta.

Wegens vertrek werd eerstgenoemde bij besluit van 21 October 1919 No. 20 eervol ontslag verleend; in haar plaats werd bij besluit van 30 Maart 1920 No. 87 benoemd Mejt H. M. Goudsmit, wijkzuster te Weltevreden.

Den heer Van Walsem werd een buitenlandsch verlof naar Europa verleend. Op voorstel der Commissie droeg de toenmalige Regeering dit lid op (besluit van 3 December 1919 No. 30) om „voor de samenstelling van een ontwerp „van wettelijke regeling, ten doel hebbende te geraken tot „geleidelijke droogmaking van Nederlandsch-Indië, zich in „de Vereenigde Staten van Amerika op de hoogte te stel„len van de toepassing en de resultaten van het aldaar bestaande absoluut alcohol-verbod, zoomede van den stand „van andere sociale vraagstukken".

§ 2. Aanleiding tot de instelling der Commissie. Van Haar voornemen om tot instelling van een commissie

ter bestudeering van het alcoholvraagstuk h.t.1. over te gaan teneinde Haar van advies te dienen, maakte de Regeering in het openbaar voor het eerst gewag in de eerste zitting van den Volksraad. Bij monde van Haar gemachtigde Mr. Dr. Talma stelde Zij in de vergadering van 18 Juni 1918 (Handelingen blz. 41 en 42) Haar inzichten in •>•;,-, ;|j het alcoholvraagstuk als volgt bekend:

„Het uiterst belangrijke, maar tevens zeer moeilijke aleo„hol- vraagstuk heeft, zooals bekend, de volle aandacht van „de Regeering.

(>) Zie bjjlage 1.

1

Sluiten