Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Door de Regeering is voorts de tegengang van) het ..drankgebruik door militairen afzonderlijk in overweging „genomen. Met het oog op de bijzondere maatschappelijke „verhoudingen, welke voor den minderen militair in verschillende opzichten minder gunstig zijn, behoort te „zijnen opzichte met de drankbestrijding bijzondere omzichtigheid te worden betracht, wil het geneesmiddel niet „erger zijn dan de kwaal. De clandestiene verkoopplaatsen in de kampongs, tevens veelal broedplaatsen voor de „prostitutie, zijn bijvoorbeeld een véél erger kwaad dan „dè drankverkoop in de cantines. De Regeering houdt „evenwel ook op dit onderdeel van het drankvraagstuk „Hare voortdurende aandacht gevestigd."

De onderstreepte alinea in deze regeeringsmedede'eling geeft naar het oordeel van de Commissie een beteekenisvolle verduidelijking van haar opdracht.

§.3. Opvattingen van de Commissie omtrent den om- Mede met het oog op het bovenstaande meende de Comvang van haar taak. missie geen onderzoek te moeten instellen naar den om¬

vang van het alcohol gebruik hier te lande. Als basis daarvoor meende zij de gegevens te kunnen aanvaarden van het door den heer A. J. N. Engelenberg, toenmaals resident van Banka en Onderhoorigheden in 1916 uitgebracht rapport over de door hem ingestelde alcoholenquête. Dezen hoofdambtenaar werd in Juni 1914 door den Gouverneur-Generaal Idenburg opgedragen een onderzoek in te stellen naar den omvang van het drankgebruik onder de Inlandsche bevolking op Java en Madoera, waarbij tevens te letten ware op de drinkgewoonten van Vreemde Oosterlingen, terwijl melding ware te maken in hoeverre het alcoholgebruik van den Europeaan van invloed zou zijn op de Inlandsche gewoonten en gebruiken. Voorts was in deze opdracht begrepen na te gaan in hoever in de niet-Europeesche maatschappij de schadelijkheid van overmatig drankgebruik wordt ingezien, teneinde een grondslag te hebben voor mogelijke van overheidswege te nemen verdere maatregelen.

De waarnemingen van den steller van het „AlcoholEnquête-Rapport" *) neergelegd in hoofdstuk II ervan zijn de Commissie in menig opzicht van nut bij haar arbeid geweest, evenzeer de mede daarin vermelde resultaten van het onderzoek naar de samenstelling der dranken, die de Inlander gebruikt, ingesteld door Dr. A. Wunderlich, chef van het Handelslaboratorium te Buitenzorg en de gegevens aangaande het alcoholgebruik verzameld door Mr. J. Volpers, die daartoe de groote douane-kantoren op Java bezocht.

§ 4. Werkwijze der Commissie. m„^„+ „ . , .

Nadat eemge vergaderingen waren gehouden, bleek dat de Commissie niet eensgezind was ten aanzien van de beantwoording van de vraag, of uitvaardigen van een z.g. absoluut alcoholverbod wenschelijk is. Een overzicht van de besprekingen omtrent dit vraagstuk gehouden, wordt in § 6 van dit rapport aangetroffen. Eenstemmig werd het echter als wenschelijk erkend, het tegenwoordig geldende samenstel van drankregelingen opnieuw en meer centraal te regelen, derhalve dit onderdeel van wetgeving voor een grooter deel dan thans het geval is, aan de zorg der locale wetgevers te onttrekken. De eischen, waaraan de nieuwe regeling zal hebben te voldoen, vinden behandeling in § 9 van dit verslag. Het lid der Commissie de heer Van Walsem nam, gehoor

(*) Landsdrukkerij 1916. Uitsluitend voor den dienst.

Sluiten