Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reglement. In 1913 (Staatsblad No. 8) werd verder bepaald, dat deze strafbepaling buitenwerking zou treden, indien de plaatselijke wetgever de regeling van deze aangelegenheid ter hand nam.

Genoemde ordonnantie van 1909 heeft een reeks van plaatselijke keuren, houdende regeling van den verkoop van sterken drank in het klein ten gevolge gehad.

Voortgezette overweging van het drankbestrijdingsvraagstuk gaf voorts aanleiding tot een aantal maatregelen, welke genoemd zijn op blz. 98 en 99 van het Koloniaal verslag 1915.

In de eerste plaats valt daarvan te vermelden de afschaffing van de afschaffing van de drankenpacht ook in het Westelijk deel van den Archipel. (Staatsblad 1915 No. 222). Met 1 April 1916 heeft zulks ook in het tot het tol gebied behoorend gedeelte der residentie Riouw en Onderhoorigheden plaats, gehad (Staatsblad 1916 Nos. 184 t/m 188), zoodat die pacht thans nog slechts bestaat in het tolvrije gebied van die residentie en van het gewest Sumatra 's Oostkust, alwaar de afschaffing voorshands stuit op onoverkomelijke bezwaren.

In de tweede plaats werd in het geheele tolgebied het invoerrecht van buitenlandsch en op Java en Madoera de accijns van Inlandsche gedistilleerd verhoogd van ƒ 50 per H. L. tot ƒ 75. a)

Aan een en ander ging gepaard een verbod tot het bereiden van gedistilleerd in het Westelijk gedeelte van den archipel, het heffen van invoerrecht van inheemsch gedistilleerd afkomstig van andere deelen van den archipel en het uitvaardigen van beperkende bepalingen op den invoer in sommige gewesten. (Staatsblad 1915 Nos 219 1j/m 230; 232, 290 en 298).

Vermelding verdient voorts nog het verbod van den invoer, de bereiding enz., van absint. (Staatsblad 1914 No. 647).

Echter bleek het een vraag of door de boven aangegeven maatregelen het drankeuvel wel daadwerkelijk bestreden zou kunnen worden, daar regeling van het alcoholgebruik, bestrijding niet noodzakelijk insluit.

Een door plaatselijke ambtenaren in te stellen onderzoek laat evenwel ruimte voor allerlei persoonlijke opvattingen, om welke reden dan ook besloten werd die gegevens, voor wat de bevolking van Java en Madoera betreft te doen verzamelen door een persoon, die daartoe plaatselijke onderzoekingen zou moeten instellen, en daarbij zou moeten trachten de meeningen in de Inlandsche maatschappij ten opzichte van het drankgebruik gewaar te worden. Om te kunnen beoordeelen of het noodzakelijk kon worden genoemd een andere gedragslijn te volgen, diende men ook over meer en stelliger gegevens omtrent den omvang van het alcoholgebruik te beschikken.

Dit onderzoek werd — gelijk in § 2 reeds vermelding vond — opgedragen aan den toenmaligen Resident van Banka en Onderhoorigheden, den heer A. J. N. Engelenberg, die, na plaatselijke onderzoekingen en besprekingen, in 1916 een verslag uitbracht van zijn bevindingen.

De thans op bestrijding van den openbaren verkoop van sterken drank betrekking hebbende algemeene strafbepalingen zijn te vinden in de artikelen 300 en 537 t/m 539

- (!) Sedert herhaaldelijk verhoogd gelijk verder uit deze § moge Wijken.

Sluiten