Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sporen tot groote waakzaamheid aan, want de Javaan begint mede tengevolge van den snellen vooruitgang van de particuliere industrieën in het binnenland, waardoor voorheen voor de Europeesche samenleving afgesloten streken geleidelijk in het algemeen verkeer worden getrokken, maar al te gretig de hand uit te strekken naar het nieuwe, verderf aanbrengende, genotmiddel. Daar komt bij, dat als de Javaan gaat drinken, hij dit veelal onmatig doet, alsook de omstandigheid, dat de onder de bevolking gesleten sterke drank in den regel van de slechtste soort is. Voor zoover het product niet van inheemsche oorsprong is, is het gemeenlijk van zoodanige kwaliteit, dat het in Europa niet te slijten is.

In dit verband werd gewezen op het feit, dat deze laatste omstandigheid dermate zelfs de aandacht getrokken had van het Internationale congres tegen het alcoholisme dat in 1911 te Scheveningen gehouden werd, dat toen geconstitueerd werd de „Pédération internationale pour la protection des races indigenes contre 1'alcoölisme". Een verordening, om alleen den verkoop van slechte soorten van alcohol houdende dranken te verbieden, werd door de voorstanders van een absoluut verbod niet praktisch uitvoerbaar geacht.

Om de inheemsche bevolking tegen het alcoholkwaad te beschermen is maar één middel doeltreffend: een verbodswet. De voorstanders hiervan meenden, dat bet in het leven roepen van zulk een wet Overheidsplicht is. Zij wezen op hetgeen van Reëgeringswege tot tegengaan van opiummisbruik wordt gedaan, wijl de overtuiging bestaat, dat misbruik van de opium de volkskracht ondermijnt. Maar h.i. geldt deze omstandigheid evenzeer, zelfs in sterkere mate, voor het alcoholisme.

Voor het bedrag, dat 1 gram opium kost is 1 liter jenever te krijgen; sterke drank kan dus veel meer dan opium onder een ieders bereik komen. Het door den sterken drank gekweekte kwaad is erger; de opiumschuiver vernietigt zich zelve, maar de alcoholist vernietigt met zich het nageslacht en kweekt misdadigers, vagebonden, idioten, epileptici, enz.

De uitvoerbaarheid in de praktijk van een absoluut drankverbod werd door de voorstanders ervan niet in twijfel getrokken. Alcoholgebruik is veelal een kwestie van gegewoonte. Als zulk een verbod elders, bv. in Amerika mogelijk, is, zagen zij geen reden waarom het h.t.1. niet zou kunnen worden uitgevaardigd. Wellicht zal de openbare meening, voor zoover zij de zienswijze der Europeanen weergeeft, zich aanvankelijk tegen het denkbeeld verzetten. Maar hetgeen in de Vereenigde Staten geschiedde geeft een voorbeeld van de snelle wijze, waarop de openbare meening zich wijzigt en de ongeveer 200 000 hier gevestigde Europeanen dienen zich voor oogen te houden, dat het niet te veel geëischt is, hunnerzijds een klein persoonlijk offer te brengen, teneinde 45 millioen Inlanders voor het groote onheil van naderend alcoholisme te behoeden. Wat de publieke meening van de inheemsche bevolking betreft, daarvan is zeker geen verzet tegen een „drooglegging" te duchten. De Islam toch verzet zich tegen het gebruik van alcoholhoudende dranken en vele Inlandsche vereenigingen staan dan ook geheelonthouding voor.

De tegenstanders van een absoluut alcoholverbod gronden in de eerste plaats hun zienswijze op de praktische onmogelijkheid om zulk een verbod afdoende te handhaven. Zij wézen erop, dat het gebruik van alcohol, hetzij in gegiste,

Sluiten