Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De motie werd in de zitting van 7 Maart aangenomen met 31 stemmen voor en 30 stemmen tegen (H. 1758).

De „Nationale Commissie tegen het alcoholisme" heeft de motie Gerhard onder de aandacht van den Volksraad gebracht en middels een aan dat College gericht verzoekschrift, gedagteekend Utrecht, Maart 1920 verzocht door zich daaromtrent in gunstigen zin uit te spreken, deze motie te steunen.

In dit verzoekschrift wordt gewezen op de ellende door het alcoholisme in Europa te weeg gebracht en voorts op het door verzoekers vermeende feit, dat het gebruik van alcoholhoudende dranken door den Inlander in Indië toenemende is, zoodat het thans de stonde schijnt in te grijpen, voor het te . laat is. Gewezen wordt op de in Europeesche landen opgedane ervaring, dat een algeheel verbod de juiste maatregel is om alcoholmisbruik te voorkomen.

Met bovenvermelde motie-Gerhard kan de Commissie niet meegaan op grond van de reeds eerder vermelde omstandigheid, dat zij een drankverbod uitsluitend voor een bepaald deel der bevolking verwerpt. De Commissie is overtuigd, dat een dergelijk verbod niet gedragen zou worden door de volksovertuiging, welke het als onrecht zou beschouwen, dat voor een Inlander strenge verbodsbepalingen in het leven worden geroepen, welke bv. niet zouden gelden voor een in de desa levende IndoEuropeaan.

Voorts twijfelt de Commissie aan de praktische uitvoerbaarheid van een zoodanig verbod.

§ 9. Bijzondere maatregelen, ter beperking van het Afzonderlijke regeling tot beteugeling van het drankgedrankgebruik bij land- en zeemacht. bruik door de minderen bij de Land- en Zeemacht, meent

de Commissie niet te moeten voorstellen.

De tegenwoordige toestand is aldus: Voor de landmacht bestaat voor zoover betreft de kazernes en kampementen een verbod tot verkoop van sterke dranken. Naast onschadelijke dranken als limonade, spuitwater enz. mag alleen bier verkocht worden. In de cantines — deze zijn buiten de kampementen gelegen — mag wel sterke drank verkocht worden.

Op de oorlogsbodems is voor den minderen schepeling geen sterke drank te verkrijgen, wel bier, limonade, koffie, thee, enz. Evenmin wordt sterke drank geschonken in de cantine van de Marine-kazerne.

Van bevoegde zijde vernam de Commissie, dat men op de oorlogsbodems veel succes gehad heeft met den verkoop tegen zeer lagen prijs van niet-alcohol houdende dranken.

Aan het niet meer verkrijgbaar stellen van sterken drank in de cantine van de marine-kazerne is — aldus vernam de Commissie van gemelde zijde — een niet te onderschatten schaduwzijde verbonden, daar de matroos, ten einde zijn borrel te gebruiken, somtijds zijn toevlucht gaat zoeken in allerlei obscure, vaak clandestiene drinkgelegenheden. Men heeft dan geen toezicht meer op de consumptie, welke wel haast altijd van inferieure kwaliteit schijnt te zijn, noch op den gebruiker zelve. Deze laatste omstandigheid is even bedenkelijk als de eerste, aangezien de vorenbedoelde drinkhuizen bijkans altijd gelegenheid geven tot het uitoefenen van prostitutie. De toeneming van het aantal geslachtsziekten op de vloot h. t. L meent men aan vorenomschreven omstandigheid te moeten toeschrijven.

Daar een verbod tot het schenken van sterken drank in de cantines een toeloop van mindere militairen naar clandestiene tapperijen ongetwijfeld zou vergrooten, heeft het

Sluiten