Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

„De achttiende-eeuwers met hun deftige vormen waren wel aegelijk menschen, die voelden en ondergingen en zagen en dachten, en hun letterkundige werken geven daar ook bliik

A,fnT,?aarV heen te zien door de deftigheidsjschil Aldus Kloos i), in zijn artikel over H. Van Alphen als {dichter. Inderdaad is die „deftigheidsschü" een belemmering fin ons naderen tot de kern van onze achttiende eeuw En daarop komt dan nog die tweede moeilijkheid, dat we ons moeten losmaken van een al te strenge vergelijking met het fcuropeesche cultuurleven van dien tijd. Hebben we eenmaal ingeademd de fnssche lucht die uit dat tijdperk van nieuwen groei, „de 18de-eeuwsche Renaissance» ons tegenwaait, dan {lijkt onze HoUandsche kunst maar al te zeer, naar het suggestieve beeld van Prinsen 2) „een verlaten hoek van den hol, waar nooit de zon komt, waar het Ml is en vochtiowaar schimmel en zwammen tieren tegen den wt uitgeslagen muur en op het schrale in den top nog goor groene dennenboompje, waar struik no£ plant groeien wil, waar het spichtige gras futloos opschiet om een ijle bleeke hortensia en hoep-stens aan de grens een enkele dieproode, boersche pioenroos haar breede bloemen uitstrekt naar het licht en de koesterende zon " tijd is nog met geheel voorbij, waarin de meeste menschen als zij zich al met onze 18de-eeuwsche literatuur inlaten, bil dezen indruk blijven staan en zoo komen tot hun afwijzendoordeel, dat nog altijd zijn klassieke uitdrukking vindt in den

^±deFmikentlïd-''Ei;is echter kentering. Kloos verdiept zich smds lang reeds m deze geminachte poëzie en, door de deftigheidsschü inderdaad heendringend, openbaart zich hem net leven dier lang doodgewaande poëeten. En Prinsen ontdekt ™ rV.ien droeven hof onzer 18de-eeuwsche letteren „machtig aaidige dmgen en een groei van het nieuwe, zij het ook traag en langzaam, en hij leert ons ook hier „strijd er beweging worstelen en overwinnen, een goedwillige begeerte naar schoonheid en wijsheid" onderscheiden.

T itPrih;nTLritte}?:il?d^e rinz^hten en vergezichten. Nieuwere literatuurgeschiedenis IX, bl. 63 vgg

llmeS; Wan444°ek t0' d? Nederlandsche letterkundige Van Alphen, Gedichten. !

Sluiten