Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelsleven zich uit; langzamerhand krijgt deze taal uit vroeger eeuw ook voor ons de haar eigen gevoelswaarde en herkennen we in Van Alphen den dichter. Dat komt, doordat zijn verzen ontstaan zijn uit wezenlijke emotie. Wel stelt hij tegenover de Rede met nadruk de Openbaring en vormt deze geopenbaarde iïeiïsleer in zekeren zin den grondslag zijner poëtische uitingen, maar deze leer blijkt telkens samen te vallen met, en over te gaan in reiigieuse gemoedservaring en 't is ten slotte uit deze innerlijke ervaring dat hij spreekt, ondanks alle bijkomstig, maar soms wel zeer uitvoerig redeneeren. En dit spreken geschiedt bijna aldoor met een beminnelijke eerlijkheid en eenvoudigheid, die ons achter zijn verzen de levende persoonlijkheid doen voelen. En niet alleen in de dogmatische •voorstellingen of zelfs in de eenvoudige en direct uit het hart gesproken woorden weet Van Alphen zijn innerlijk wezen te vertolken, maar wel degelijk ook in het harmonische geluid zijner verzen. Niet altijd is dit eigenlijk dichterlijk vermogen sterk genoeg om een gedicht geheel te dragen; vaak volgt na een of meer gelukkige coupletten een inzinking, die hij dan het lieele vers door niet of maar even weer te boven komt. Toch is er in dit opzicht een duidelijke stijging in zijn poëzie waar te nemen. Hij is de dichter, die ernstig werkt, zijn taalvermogen kritisch beschouwt en voortdurend oefent] en zoo van zijn zeker niet buitengewoon groot, maar toch zeer waardeerbaar talent, het hoogstmogelijke heeft gemaakt.

Ik heb getracht in mijn bloemlezing deze stijgende üjn te doen uitkomen, hoewel ik uit zijn eerste periode betrekkelijk veel heb opgenomen. Mijn doel daarbij was, in deze verzen > tevens te geven een indruk van typisch 18de-eeuwsche poëzie, 1 het eigenaardige van den invloed der herderspoëzie ook op j godsdienstige verzen, en van de verstandelijke natuurbeschouI wing* waarbij de natuur niet zoozeer de draagster is van ! stemming, als wel het uitgangspunt voor gedachten en die t een zoo scherp afgescheiden karakter toont, naast het natuurCgevoel zoo als dat zich onder Rousseau's invloed vooral gaat ontwikkelen. Deze eigenaardigheden komen vooral in Van Alphen's eerste periode duidelijk uit. Bovendien heb ik telkens om eenige goede coupletten vrij lange gedichten opgenomen, daar het uitlichten van enkele gedeelten een onjuisten indruk zou geven, waar gebrek aan beheersching en beperking, zijn zwakke zijde in dezen tijd, door een dergelijke keuze niet voldoende zou uitkomen.

Op één zijde van Van Alphen's poëzie dient nog gewezen

Sluiten