Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En moet ik ai dolen; Door rotsen en holen Geleidt mij mijn Hoofd. Hoe lange ik moog' dwalen, Het eind zal niet falen ; Dat is mij beloofd!

'k Zie soms aan de kimmen Mijn Vaderland glimmen; Maar is 't al eens nacht, 'k Blijf echter aan 't loopen; Gelooven en hopen Geeft ijver en kracht.

Verkeere ik in 't eenzaam Met Jezus gemeenzaam, Dan wensche ik niets meer; En reize ik met andren, Wij troosten malkandren, En loven den Heer.

Hoe digter ik nader

Aan 't huis van mijn Vader,

Hoe sterker ik hijg

Naar de eeuwige woning,

De feest van mijn krooning,

En 't eind van den krijg.

En wat zou mij hindren,

'k Zie de uurtjes reeds mindren.

Laat wereldsch gedruis

Mijn moed niet verslappen ;

Nog weinige stappen,

En dan ben ik t' huis.

ZIELSZUCHT OM JEZUS TE BEMINNEN.

U, Jezus! die de liefde zijt! U wil ik steeds beminnen. Al hadde ik in mijn lentetijd, Mijn hart U nimmer toegewijd, Ik zou het nu beginnen.

Sluiten