Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'k Zal gedurig bij Hem zijn ? Ik door Hem aan Hem verbonden,

Vrees geen armoe, acht geen pijn; 'k Heb bij Jezus t al gevonden.

God met mij! Wat wensen ik meer ? Was ik schuldig, Hij betaalde;

En zijn liefde zocht mij weer, Als ik van Zijn spoor verdwaalde.

Wereld ! gij bevat het niet, Hoe mijn Jezus mij beminde,

Toen Hij 't leven voor mij liet, En hoe trouw ik Hem bevinde.

Och! zag eens uw vlugtig oog Wat mijn Borg al wou vergaren,

En wat boven 's hemels boog Hij voor armen wil bewaren!

Adam, ja, was rijk in God; Maar hij kon dien schat verliezen:

Hij verloor dien, door *t genot Van zijn eigen lust te kiezen:

Adam viel, toen kon zijn goed Aan zijn erfgenaam niet komen,

Die zijn schuld niet had geboet, Noch bij God was aangenomen.

Jezus werd zijn erfgenaam; Die alleen kon God betalen:

Jezus was alleen bekwaam; Om 't verloorne weer te halen.

Hij heeft alles afgedaan, Hij! die God is, heeft geleden,

Heeft in Adams plaats gestaan, ïs in Adams regt getreden.

't Schijnsel van Gods Majesteit, God uit God, maar mensch geboren,

Kocht voor ons de zaligheid: Nimmer gaat die schat verloren.

Jezus, die de wereld draagt, Alles schiep en uit mag deelen,

Is voor hel noch dood versaagd, Laat zijn goed zich niet ontstelen.

Sluiten