Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'k Geloof Uw woord, Schoon 't ongeloof zoo vaak mijn liefde stoort; 'k Geloof Uw woord, Van mij in 't hart gehoord.

'k Ben zwak en teer, Dies ik van U mijn kracht en groei begeer; 'k Ben zwak en teêr; Ontferm u mijner, Heer!

'k Ben traag en slecht En breek mijn trouw, U dikwijls toegezegd, 'k Ben traag en slecht; Gedenk aan Uwen knecht!

Uw dierbaar bloed Verkwikk' mijn ziel, en zuivre mijn gemoed! Uw dierbaar bloed Heeft voor mijn schuld geboet.

Gij eischt van mij, Dat ik mijzelf gedurig aan U wij'; Gij eischt van mij, Dat ik U eigen zij.

't Is mijn vermaak, Mijne eer, mijn doel, waarnaar ik biddend haak; 't Is mijn vermaak, Dat ik in liefde blaak.

Waarom, mijn Vorst! Word ik zoo vaak door t zondenvuil bemorst, Waarom, mijn Vorst! Versmacht ik vaak van dorst?

Waarom versaagd Voor hem, die mij en al uw volk belaagt? Waarom versaagd; En 't niet aan U geklaagd?

Geef vrolijkheid Aan 't hart, dat hier van vreeze en droefheid schreit! Geef vrolijkheid, Mij door Uw angst bereid.

Bewaart gij mij. Ik stap gerust, schoon t paadje glibbrig zij : Bewaart Gij mij, Ik blijf van dwalen vrij.

Dat Uw ge na Mij, waar ik ben, naauwkeurig gadesla! Dat Uw gena Mij houde op Golgotha!

t Is Liefde en Magt, Die mij behoedt, in nood mijn smart verzacht; 't Is Liefde en Magt, Waar van ik alles wacht.

Sluiten