Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn geest gedenkt thans aan zijne onsterflijkheid; Mijn geest verheft zich boven het aardsch gewoel;

En zingt, terwijl mijne oogen vloeyen,

Blijde, verrukkende halleluja's.

Wat geeft deze aarde ? Moeite met bang verdriet. Een vreugd van tranen voorgegaan, vaak besproeid,

En achtervolgd. Een vreugd, die flikkert,

Om in de duisternis te verdwijnen.

'k Wil op de liefde, die mij het leven gaf, Op die genade, die mij vergeving schonk,

Dat vaderhart, die wakende oogen

Mij vergenoegd en gerust verlaten.

Ach, laat Uw aanschijn, vriendlijke Vader, mij

Op mijne reize nimmer verborgen zijn. Laat mijn vermaken, laat mijn smarten Uwe getrouwheid mij doen bevinden.

Ja, 'k zie de rustplaats, schoon ik geen rust geniet, Dan die de hoop mij schenkt in 't vooruitgezigt. Die hoop, die mijn verlangen koestert, En mijn bestemming mij doet gevoelen.

Ach, laat me leven, dat ik, der deugd gewijd En onverschrokken 't rondom mij stormen laat.

Geen kiel, die Jezus heeft beklommen,

Hebben de wateren ooit verbrijzeld.

UIT : NEDERLANDSCHE GEZANGEN (1779).

$

VOLKSLIED. Na de Afkondiging van den Munsterschen Vrede.

Nederland is opgerezen

Uit het slijk; En behoeft niet meer te vreezen

't Spaansche rijk. 't Heeft in 't eind zijn slaafsche keten

Gansch geslaakt, En zijn dwangeloos geweten

Vrij gemaakt.

Sluiten