Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neêrlands God za aren,

Als ons hart Zich moedwillig ii

Niet verwart. Hij gebiedt ons, za ^gen

Hart en stem. Door een dankbaar vergenoegen

Eert men Hem.

Wie zou Neêrlands God niet eeren,

Die zijn magt, In ons onheil af te keeren,

Heeft volbragt. Laat ons dan Zijn goedheid roemen,

Hand aan hand; En Hem steeds den Redder ncemen

Van ons Land.

UIT • KLEINE GEDICHTEN VOOR KINDEREN

(1781—1782).

HET KINDERLIJK GELUK.

Ik ben een kind, Van God bemind, En tot geluk geschapen, Zijn liefde is groot; 'k Heb speelgoed, kleedren, melk en brood, Een wieg om in te slapen.

Ik leef gerust; Ik leer met lust; Ik weet nog van geen zorgen. Van 't spelen moê, Sluit ik mijne oogjes "s avonds toe,

En slaap tot aan den morgen.

Geloofd zij God Voor 't ruim genot Van zoo veel gunstbewijzen! Mijn hart en mond Zal Hem, in eiken morgenstond, En elkèn avond prijzen.

Sluiten