Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN ELIZE.

Lust mijner oogen, o vreugd van mijn leven!

Dierbaar geschenk van een zegenend God» Hebt ge vol liefde me uw harte gegeven

Groot is mijn blijdschap en zalig mijn lot.

't Was uwe liefde, daar 'k weenend naar haakte Vreezend op hoopte, maar kinderlijk bad-

God zag mijn tranen en 't vuur, dat mij blaakte; God is genadig! Hij kende mijn pad.

Groot is Zijn goedheid, verbazend Zijn zegen-

<JLh de.hand> die mijn smarten verzacht;

Smeltend bepeins ik Zijn wondere wegen • Knielend aanbad ik Zijn trouw en Zijn magt.

Toen ik aamechtig aan 't ziekbed gebonden

U vfv^de/d miJne eenzaamheid sleet; Heeft me de liefde vaak schreyend gevonden' k Zag u pas weder, of dacht aan geen leed.

'k>?mkte !?en Tenend een kus3'e °P w wangen. 7»L 71 ? U, de my'ne ï gfl keurdet dat goed Zalige stonden! In blijde gezangen Val ik mijn Schepper en Leidsman te voet.

'k Eindig in Hem, die mijn blijdschap bewerkte

Al onze vreugde zij Gode gewijd! God van mijn leven, mijn blijdschap, mijn sterkte

Wie zal bedroeven, als Gij ons verblijdt'

AAN MIJNE GEDICHTJES. Bij het verzenden van eenigen derzelve aan Elize.

Mijn kleine gezangen,

Gaat zonder mij heen! Men zal u ontvangen

Met liefde, zoo 'k meen. Gij moet haar vertellen,

Verzuim het toch niet, Dat u te verzeilen

Mijn pligt mij verbiedt.

Sluiten