Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is alles hemel wat men ziet; Zelfs bergen vlugten heen. 't Verdorde blaadje schuifelt niet! 7t Gestarnte spreekt alleen.

Koor.

Kniel, menschdom, kniel! bid zwijgend aan Gij, englen, moet de citers slaan; Knielt, menschen! zwijgt! . . . bidt aan! . . Bidt aan! . . .

Solo.

O stilte, die mijne aandacht boeit! . . O stroomen van gedachten, Die bruisend in mijn boezem vloeit! Hoe zaüg zijn die nachten! Waarin 't gordijn wordt opgehaald, En mij 't heelal in de oogen straalt.

Duet. A.

Wie kan al de starren meten? \ Wie spreekt heur getalen uit ? Wie heur doel en during melden, Of den kring, die haar besluit.

B.

Hij, die al wat Hij formeerde, Met één wenk regeeren kan, Noemt de starren bij haar namen, Meet den hemel met een span.

A.

Eeuwig God! onze oogen scheemren Wat is groot dan Gij alleen?

B.

Eeuwig God! Uw magt en goedheid Drijft de starren voor zich heen.

Sluiten