Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koor. Als die 't heel-al regeert.

Trio.

A. B. en C.

Zou 't Christendom zich niet verblijden, Wanneer zijn oog de starren ziet .' Daar staan de grenzen van het lijden, De starbewoners weenen niet.

A.

Eedle grijsaards, die met zilvren hairen BukLend;5 wagglend, neerz et m het grai Ziet de woning, waar ge heen zult varen, Leg gerust het aardsche leven al.

B.

Jongelingen, maagden, frisch van krachten, Uwe vrome vaadren wonen daar, ^t«an met open armen u te wachten, ie"n God en streeft hun deugden naar.

C.

Menschdom; Zie het toisvan/^fJtader! Zie den troon, waarop Hij ^eli gebiedt. Zondig menschdom, tree eerbiedig nader, 't Is de troon, dien Hij om u verliet.

A. B. en C.

Ja! Orion is zijn wagen, Gii, o melkweg! zijt Zijn pad; Juicht; wanneer ge Hem moogt dragen, Die geen starren tot zijn wagen Noodig had.

Sluiten