Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ach! hoe houd ik mij gereed? 'k Heb halssieraad noch staatsiekleed! Hoe ga ik Jezus in 't gemoet, En val Hem waardiglijk te voet?

In Zijnen mantel ingeluid, Heb ik een deksel voor mijn schuld; En 't kleed van Zijne heiligheid Is mij tot sieraad toebereid.

Ach ! niets van ons! maar 't al van Hem! Zoo komt men in Jeruzalem! Zoo treedt men needrig — onbevreesd, Gods tempel in, bij 't eeuwig feest.

HET KERSTFEEST. Tweede Lied.

Jezus is op aard gekomen,

Om de volle Godsrivier

Onbedijkt te laten stroomen;

En te planten zijn banier.

Uit een stal van Bethlehem

Laat zich deze blijde stem

Aan het zuchtend menschdom hooren

„Uw verlosser is geboren!"

Een Verlosser is geboren Uit een onbevlekte maagd. Eer en magt zijn Hem beschoren, Die een vallende aarde draagt. Geen ellende, ja geen dood, Is voor Zijne magt te groot. Hel en graf zal Hij verpletten, Om de kroon u op te zetten.

Schooner dan de schoonste dagen Is de kersnacht voor de ziel, Die door t wachten diep verslagen, Moedeloos als nederviel.

Sluiten