Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zulk een star schijnt in 't gemoed Helder als de middag-gloed; Doet, bij ware Israëlieten, Vreugde-tranen dankbaar vlieten.

Wijzen snellen uit het Oosten Tot den koninklijke Zoon Zulk een Kind kan vorsten troosten, Als zij knielen voor Zijn troon. Eeuwig zal Hij koning zijn; En, als Priester, brood en wijn, Boven Aarons priesterscharen, Met den besten zegen paren.

Laat den vijand Hem belagen;

Drijven uit Zijn moederland;

Waar Hij vlugt, zal God Hem dragen,

En bedekken met Zijn hand.

Zelfs Egypte zal, in nood,

Hem verbergen in zijn schoot,

Tot Hij, onder Jacobs zonen,

Kan in Galiléa wonen.

Eerlang zal er wijsheid vloeyen Van Zijn lippen vol gena, Dorre velden zal besproeijen 't Wonderland van Efrata, Grijze leeraars staan bedeesd, Als Hij hun de orakels leest; Zullen Hem in 's tempels koren Met verbaasdheid zien en hooren.

Liefde en magt zal Hem verzeilen, Waar Hij reizend henen trekt, Zal Zijn mond ons heil voorspellen, Dat geloof en liefde wekt. Duivelen maakt Hij gedwee; Armen deelt Hij rijkdom mee; Kreuplen zal Hij voeten geven; Blinden oogen; dooden 't leven.

Sluiten