Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu zal Jood en Griek en Heiden Zamen dienen één en God. Eén Ontfermer zal hen leiden Eén zal wezen beider lot. Wie op den Verlosser ziet, Zingt hetzelfde zegelied; Zal, met zaamgevoegde banden, Voor Jehovah wierook branden.

Zalig zij, die Hem verwachten; Willig dienen Zijnen raad. Jakobs kroost! Wie Hem verachten, Eert gij Hem als Davids zaad! Maar helaas ! o vergezigt, Daar 't gevoelig hart voor zwicht, Zult gij dezen Zoon versmaden? 's Vaders gramschap op u laden?

Maar wat zou ik angstig vreeze! Wat dit Wonderkind ook treft, Zulk een Koning zal Hij wezen, Daar zich 't menschdom op verheft. Eeuwig zal Hij Priester zijn, Rijk van olie, brood en wijn; Eeuwig blijft het menschdom hooren: Uw Verlosser is Geboren!

EEN LIED.

Niet veel grooten, weinig wijzen, Kennen Jezus van nabij; Vinden, in Zijn naam te prijzen, Wijsheid, adel en waardij; Wat is alles zonder God? Klompen gouds! maar geen genot; Vruchten, aan den wand geschilderd! Eigenwaan, die 't hart verwildert!

Jezus dankte Zijnen Vader, Dat Hij kleinen tot Hem bragt. Moeden, zwakken, zag Hij nader Bij Zijn rijk, dan trots en pracht.

Sluiten