Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus sloeg blijmoedig ga Dat Gods wijsheid en gena Tot verachten zich wou wenden; En aan armen rijkdom zenden.

Hij is groot, die zijn belangen Zijnen God in handen stelt. Veel te vragen, veel te ontvangen, Teekent ons den Christenheld. Weetlust in een kinderziel Was 't, die Jezus meest beviel; En die 't minst was in Zijne oogen, Zag door Hem zich meest verhoogen.

Wijzen! wilt gij wijsheid vinden; Legt uw blinkend praalkleed af. 't Waren dwazen, 't blijven blinden, Dien Zijn liefde wijsheid gaf. Die den weg des hemels vindt Komt er op, gelijk een kind: Zonder moed, om, van zijn krachten, Wijsheid, deugd of eer te wachten.

Grootheid is 'ï zich neer te buigen; Diep te bukken in het stof; Zich onwaardig te betuigen Godes gunst, of menschen lof. De erfgenaam van graf en dood Wordt alleen door kleinheid groot, Om te stijgen moet men dalen Slechts in mijnen zijn metalen. 4r~~

Armen! nadert tot de schatten, Die de rijkste Vorst bezit. Meer, dan de aarde kan bevatten, Krijgt hij, die om gaven bidt. Kleinen! die naar grootheid haakt! Dwazen! die van weetlust blaakt! 't Heilgeheim is voor Zijn vrinden, Met verhoogden rang, te vinden.

Sluiten