Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volstrekt onverdragelijk zijn. In de digikunst heeft men altoos in onbeschaafde tijden een hooger trap bereikt dan in beschaafde. De wijsgeer]ge digter zal nooit een Homeer worden, en *Homeer zou in onze aesthetische dagen, en met uwen Eaimes, Riedel en Sulzer, meer dan waarschijnlijk, nooit geworden zijn, wat hij nu is. Men wil de genie leiden, en zij wil niet geleid zijn; men bedwingt ze daar door, en belet haar even door zulk eene handelwijze, om zig in haar volle kragt en luister te vertoonen.

Hier hebbe ik nu een ruim veld voor mij ; en wanneer ik alles voor den voet zou opvatten, en geregeld wederleggen, zou het niet moeilijk zijn daarover een gansch boekdeel te schrijven: maar ik zal mij vergenoegen met eenige losse opmerkingen.

"Met opzicht tot den schoonen kunstenaar is het zekerlijk van groot aanbelang, te weten, of het over 't algemeen waar zij, dat een genie zig zelf tot regel is, of, dat hetzelfde is, dat alle geniën ook zulk een mate van oordeel, en zulk een kieschheid van smaak hebben, dat zij in staat zijn, om zonder behulp van regelen of theorie zig te wagten voor alle de buitensporigheden, waarvoor de genie hun natuurlijkerwijze blootstelt? Of dat integendeel de ondervinding doorgaans leert, dat oordeel en smaak zelden daar groot zijn, waar de genie heerschende is; en dat het derhalven noodig is, dat zulk een genie zig door vlijt en oefening eene hebbelijkheid verkrijge, om dat geen te verbeteren, dat door zijne al te levendige en somtijds daarom buitensporige verbeeldingskragt bedorven is. De genie is de voorraadschuur, waarin de ideaalen voor de schone voordbrengsels opgesloten liggen. Maar de hand die deze ideaalen polijst, er het gedrogtelijke uit weg neemt, en ze tot een schoon geheel vormt, is eigenlijk de genie m'fit1 maar het oordeel en dft smaak; dezen nu worden zekerlijk' veTïtjTïTT en veroëterd door"* de theorie, vooral als die wijsgeerig behandeld wordt; en in zo ver is het zeker, dat een kunstenaar van genie alleen, minder is dan hij, die genie en smaak samenvoegt.

Maar hier egter moest ik eene aanmerking niet vergeten. Zij is deze. Men heeft van tijd tot tijd in de weereld eenige weinige geniën zien geboren worden, die, gelijk la Bruyere van iemand zegt: H naquit ce que les autres deviennent, de kunst als mede op de wereld brengen, die daar om zo te spreken boven alle regels waren, wien het in agt nemen van regels gestremd zoude hebben, en wien men, uit hoofde van

Sluiten