Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonheden te danken heeft. Is het dan niet beter, dat men de genie niet stremt in hare werking, en dat men de gebreken verdraagt om de daar nevens staande schoonheden? De beoeffening der regelen maakt koel en bedaard; die koelheid brengt droogheid in de kunstwerken, door dien zij de verbeeldingskragt uitdooft of ten minsten aan banden legt. De schoone kunstenaar gewent zig, vooral door eene wijsgeerige beoeffening der schoone kunsten, aan eene systematische wijze van denken; aan eene betoogende manier van voorstellen, welke hem ongevoelig zo eigen wordt, dat hij die, zonder het te weten, op zijne schoone voordbrengsels overdrukt, en daar door die losheid, die natuurlijkheid, dat vuur in zijne werken niet vertoont, welken men daar in zouden bespeurd hebben, bij aldien hij alleen de uitspraken van zijn genie had opgevolgd.

Ik zal hier niet op antwoorden met Herder, wanneer hij bijna dezelfde tegenwerping gemaakt had, in dezer voegen. „Maar genie! de genie zal zig zelf vormen: of kan geheel „en al door den smaak en de werken der ouden verdorven „worden1 Een boze geest heeft deze stelling uitgevonden, „die de verfoeiehjkste leugen is. Een genie, die door den „smaak bedorven kan worden — laat zij heen loopen! 't Is „goed, dat die bedorven wordt, in plaats dat zij anderen „bederve. Wie na eene regte lezing der ouden (niet gelijk „zij doorgaands gelezen worden) erger is dan hij was, die „zij ergeri er is niets aan hem gelegen." Maar ik zeg liever: gelijk de theorie de regelen op geeft, naar welken een genie werken moet, zo leert zij hem tevens de wijze, op welke hij van die regelen moet gebruik maken; en dan is het zeker een voorschrift der wijsgeerte:

To write with fury, but correct with flegm ; }

gelijk Lord Roscommon zig uitdrukte.

De schoone kunsten hebben altoos aan de wijsgeerte, aan de staatkunde en zelfs aan den Godsdienst de gewigtigste diensten gedaan. Men heeft dit bij verscheiden oude volkeren door sprekende voorbeelden gezien; en veele wijsgeeren idagen te regt, dat men de wezenlijke voordeelen, die door dezelven kunnen aangébragt worden, thands al te weinig voor oogen heeft. Men houdt thands de schoone kunsten al te veel voor een tijdverdrijf, dat geen of weinig verband heeft met 's menschen geluk en volmaking, daar men, integendeel, hef gevoel voor het schoone met veel grond tellen kan

Sluiten