Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder die neigingen van de menschelijke natuur, van welks regte of verkeerde vorming veel afhangt, en die van een zeer grooten invloed is op de vorming van ons gevoel voor het ware en goede. Of zoude het onverschillig zijn voor elk mensch, of hij kennis hebbe van de egte regelen der schoonheid, dan of hij behagen scheppe in alles, wat slegts eenige gedaante en schijn van schoonheid vertoont: of zijn smaak bedorven en grof is, dan of hij denzelven door het bestudeeren der aesthetica zo verfijnd en gezuiverd heeft, dat hij onderscheid kan maken tusschen het lelijke en schoone, en vatbaar is voor die fijnere gewaarwordingen, waar voor de beschaving van zijn ziel hem vatbaar maakt. Ik voor mij houde het voor zeker, dat hij, die als wijsgeer de schoone kunsten kent en beoefent, het meest vatbaar is om de bijzondere trekken van schoonheid in de werken Gods in de natuur en in de proeven van digtkunde en welsprekendheid, die men in de Heilige bladeren vindt, optemerken, en met de levendigste aandoeningen van blijdschap en verwondering te gevoelen.

„Wanneer wij, zegt een zeker godsgeleerde, ook de theorie „der schoone wetenschappen, als geestelijken bestudeeren, „dan zullen wij (de ondervinding is mijn getuige) veel meer „schoons en navolgingswaardig voor ons in den Bijbel vinden ; „onze inzigten zullen dieper gaan, en onze gewaarwordingen „fijner worden; wij zullen bij plaatsen, die wij anders maar „ter loops inzagen, blijven staan, bij eene uitdrukking meer „gevoelen dan anders bij een geheel boek; wij zullen met „eene dankbaare en vrolijke verwondering de goddelijke wijsheid, die voor het 00™ van menigeen, die waanwijs is, verborgen blijft, bemerken, en dat boek zelf zal ons boven „alle anderen dierbaar worden". Is het daarom niet der moeite waardig, dat men eenige uuren, eenige dagen, ja al was het jaren, besteedde om dat vermogen van het schoone te gevoelen, optekweeken, en te beschaven ? Zal die moeite te vergeef sch zijn? Zal ze zelfs in de eeuwigheid onbeloond blij ven?

Het is derhalven niet alleen voor den kunstenaar en voor den kun s tri gier van veel aanbelang, te weten, welken de regelen der schoonheid zijn, maar ook voor elk mensch, wien het om de volmaking van zijne natuur te doen is, en dit kan zeker niet zonder oefening geschieden.

Er is nog een voordeel uit de wijsgeerige beoeffening der schoone kunsten te trekken; namelijk, dat men door dezelve ontslagen wordt van die slaafsche banden, met welken letter-

Sluiten