Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschikte nabootsingen van ongerijmde en dwaze origineelen, welken ons niet alleen daarom behagen, omdat zij de origineelen in een veel helderder licht voor ons plaatsen, dan waarin wij ze zouden beschouwd hebben, maar ook omdat zij er nog die aangenaamheid bijvoegen, welke uit de nabootsing spruit. Zij zijn egter alle drie zeer onderscheiden ; en het zou een schoon werk zijn, bij aldien iemand ondernam, den bijzonderen aart van deze drie dingen grondig te behandelen ; en het onderscheid, dat er tusschen is, nauwkeurig te bepalen .-hetwelk egter, om dat de zaak nieuw is, niet zonder wijdlopigheid zoude kunnen geschieden.

Ik maak geene aanmerkingen op dit zeggen van Gekard ; zij zullen in 't vervolg van zelfs voor den dag komen. Wii moeten voordgaan.

De schrijver der verhandeling über die laune, i) noemt humour een sterke neiging in de ziel, welke zig bepaalt tot APn bijzonder punkt, dat de mensch als hoogst gewigtig aanziet, ;choon het zodanig niet is; en waar door hij zig, van egens den buitenspoorigen ernst, waarmede hij dat beïouwt, op eene belagchelijke wijze van anderen onderscheidt. Onze Riedel zegt: De onschikkelijkheid der neigingen van n zeer eigen, afstekend en eigenzinnig karakter, in zo ver t, zonder inhouding, door gebaarden, woorden of werken n den dag gelegd wordt, is de luim.

Eindelijk moet ik hier de woorden van Campbell 2) aanlen. „Eene juiste voorstelling van eene hevige of bestenge hartstogt, opgewekt door eene geëvenredigde oorzaak, rwekt aanstonds sympathie, de gemeene band der menhelijke zielen, en deelt te gelijk die hartstogt mede aan at gemoed van den hoorder. Maar wanneer de aandoening motion) noch hevig noch aanhoudend is, en de beweegoorzaak iets wezenlijks behelst, maar louter ingebeeld of ten minsten ageëvenredigd is met het uitwerksel; of wanneer de hartogt zich ontijdig vertoont, zo dat zij haar oogmerk eerder mverstoot, dan dat zij het bevorderen zou; in deze gevallen, eg ik, geeft eene natuurlijke voorstelling eerder vermaak' n verwekt eerder veragting, dan dat zij ons meesleept. Wat zal ik er nu vervolgens over zeggen ? Ik zal Tristam >handy voor mij nemen, en daar uit opmaken wat luim in rarakter, en wat luim in schriften is: beide zijn daar in

*) In de N. Bibl. der sch. Wissensch. B m st. I. 2) Philosophy of Rhetoric. B I c. 2 sect 2.

Sluiten