Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn wij in staat, om de schoonheid daar van gewaar te worden. Maar hoe zeer dit met mijn gewaarwording overeenstemt volgt daar uit egter niet, dat de voorstelling donker of onverstaanbaar moet zijn, want dit is geheel iets anders. Iets kan mij duidelijk, als een geheel, worden voorgesteld, zonder dat ik eene duidelijke kennis van deszelfs onderdeden heb. Eén voorbeeld zal dit genoegzaam ophelderen. Ik zie, op eenen zekeren afstand, eenen boom; maar ik zie hem als een geheelde afzonderlijke deelen, de bladeren, de kleinere takjes enz. enz. zie ik met, ten minsten niet dan verward; egter zie ik den boom zeer duidelijk; en ten bewijze daarvan; ik twijfel geen oogenblik of het een boom is dan niet. Zie daar eene duidelijke voorstelling en eene donkere kennis. Maar ik wil den boom duidelijk leeren kennen; ik ga er na toe, en nader denzelven zo van nabij, dat ik de kleenste knopjes, blaadjes takjens, bij opvolging zo nauwkeurig beschouwen kan als ik wil. Nu heb ik eene duidelijke kennis; eene kennis van aTle de afzonderlijke deelen van den boom; maar nu zie ik ht*n ook in zijne afzonderlijke deelen, en niet in zijn geheel; dus met als een schoon voorwerp. Wil ik den boom wederom als een schoon geheel beschouwen; ik moet mij weder op zulk een afstand begeven, waar op ik wel eene duidelijke voorstelling van den boom heb, als een geheel, maar waarop ik geen duidelijke kennis van denzelven, of dat hetzelfde is van deszelfs afzonderlijke deelen krijgen kan; dat is dan om met mijne schrijvers te spreken; mijne duidelijke kennis moet m eene donkere kermis veranderd worden, zullen die eigenschap of eigenschappen van het onderwerp, waar door het zig m zijne schoonheid vertoont, onder mijne gewaarwordingvallen. Dat nu de digter in een heldendigt niets moet laten gebeuren, zonder ons duidelijk te doen bemerken, dat het noodwendig zo geschieden moet; is noodzakelijk, om dat, zonder dit, zulk eene epizode, gebeurtenis, enz. ons onnatuurlijk voorkomt, en wij buiten staat zijn om het digtstuk als een geheel te beschouwen. Zulk eene passage, die wij niet weten hoe ze er te pas komt, breekt niet alleen den draad van het geheel, maar maakt ook, dat de deelen die verborgen verbinding niet hebben, waardoor zij in elkander loopen; en zulk een passage belet daarom juist die donkere kennis, welke ik zo even beschreven heb.

Sluiten