Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET GRONDBEGINSEL VAN BATTEUX.

De gronden, waarop ik beweere, dat de nabootsing van de fraaie natuur, of de navolging van dezelve op een vrijen trant, een ongenoegzaam grondbeginsel is, zijn dat de voorstelling: fraaie natuur, in zig zelf een veelte onbepaald, te onbestemd denkbeeld is, dan dat het zou kunnen dienen tot een grondslag om daar uit verder te redeneeren; en ten 2den: dat de zin, dien men aan hetzelve geeft, en met mogelijkheid geven kan, hetzelve nog veel te bepaald en te bekrompen maakt voor de poëzy. — Er zijn mogelijk vrij meer redenen, om het grondbeginsel van Batteux af te keuren; maar de twee, die ik heb aangehaald, zullen, denk ik, genoegzaam zijn, om de zaak te voldingen.

Ik begin met mijn eersten grond!

Wat is, bid ik u, mijn Heer! de fraaie natuur? wat zegt het, de natuur te verfraaien? gij begrijpt ligtelijk, dat ik dit niet beantwoord wil hebben, door mij afzonderlijke gevallen op te noemen, gelijk dat van Zeuxisb.v., waarin men niet ontkennen zal, dat de kunstenaar zijn voordbrengsel schooner gemaakt heeft dan het oorspronkelijke. Dit zou de vraag ontweken en niet beantwoord zijn. Wanneer ik eene beschrijving van de fraaie natuur en derzelver nabootsing vorder, dan is mijn eisch deze: Men moet mij zulk een algemeen en tevens juist denkbeeld geven van de fraaie natuur, dat ik daar uit, zonder merkelijke moeite, en vooral zonder dat ik mij behoef te wringen, de eigenschappen kan afleiden, die gevonden moeten worden in die modellen, naar welke de schoone kunstenaar, de digter zo wel als de schilder, de muziekant zo wel als de beeldhouwer, zijne voordbrengselen uitwerken moet. Krijg ik dit niet, dan kan ik wel met veel bevalligheid over dat grondbeginsel hooren spreken; men kan mij bij die gelegenheid duizend goede lessen geven, die ik nimmer wensen te vergeten; men kan mij veele schoonheden doen beschouwen — maar een grondbeginsel geeft men mij niet — en hetgeen men mij daarvoor verkoopt, is, in die hoedanigheid zeer onbruikbaar; — niet in alle — maar in zeer veele

!) Van Alphen bedoelt hier de anecdote omtrent den schilder Zeuxis, die, om een vrouwenfiguur te schilderen van een aantal schoone meisjes de schoonste trekken uit koos om die tot een beeld te vereenigen.

Sluiten