Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE HARMONIE.

Ofschoon de poëzij zig tot het verwekken der denkbeelden niet ge^k de schilderknlst en beeldhouwkunst van eigende natuurlijke teekenen bedient, zijn egter m alle talen de meeste grondwoorden en zelfs veele afgeleide meer dan ^taunge teekenen. Zodanig zijn in de eerste plaats zulte; woorden, d e naar den klank van het geen zn moeten aanduiden, stellig gevormd ziin; en deze zijn wederom, of meer algemeen, zo datdeklankderzelveop verscheiden onderwerpen pas , gelijk lie hulkm van den wllf en van den wind; het rmschen va.

W en van 't geboomt; of meer bijzonder: gelijk het kirren van een tortelduif; het hwaaken der eenden, het iritoAkikken der kikvorschen '); het maauwen der katten, en honderd andL "en Deeze woorden zijn het, die men onm^opomnnoBmt

Maar er ziin verder in alle talen letters en woorden, die door hunne hardheid en moeilijke uitspraak onaangenaam voor het gehoor of wanluidend; en anderen, die door hunne lagttefd, vloeiendheid enz. welluidend of aangenaam voor

heMfif kan insgelijks zeggen, dat de klank van veele letteren, woorden en lfttergrepen zig van den anderen onderscheidt, S alleen door derzelver langheid of kortheid maar ook door derzelver scherpheid, rondheid, volheid, hardheid, zagt-

heAlseöokeriedakteêr in alle talen woorden zijn, die in hunne klank eenige fijnere overeenkomst hebben met de zaak, die zij moeten beteekenen, ofschoon zij eigenlijk geen o*™»*^ ziin - of het in hunnen oorsprong wel zijn geweest maai door hunnen tegenwoordigen vorm ophouden zodaing[te^fn

Woorden, bij elkander gevoegd, om te samen een of meei denkbeelden voortestellen, noemt men perioden of yolzinnen Uit het sene nu over den aart der woorden gezegd is, moet, met opzM tot de perioden, noodzakelijk volgen, dat naar Saté van de samenvoeging der woorden in eene periode de voorstelling vloeiende of hortende - traag, l^gf^.^peni of trippelend, rollend, snel - agtereenvo lgend of ^gebroken zwaarmoedig of lugtig zijn kan; en znlks m meer of mmdei trap, en op bijna ontelbare wijzen.

Het geen mij nu voorkomt hier uit te volgen, is:

i) zie Bijdr. D. II. bl. 136.

Sluiten