Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, om de schoone kunsten te beoefenen. Zij worden aangedaan, waar de meeste menschen koel blijven, en hebben aandoeningen, waar anderen zouden geeuwen. „Ik betuig, „zegt sterne dat, schoon ik ook in eene woestijn was, „ik in dezelve iets zoude vinden om mijne aandoeningen op„ te wekken. Als ik niets beter kon vinden; zou ik dezelve „vestigen op een welriekend mijrtenboompje, of ik zoude eene „droevige cijpres zoeken om mede te spreken — ik zou derwelver schaduw begroeten, en vriendelijk danken voor der„ zei ver bescherming — ik zou mijn naam op den stam snijden; „en zweeren, dat zij de beminnelijkste boomen van de geheele „woestijn waren; wanneer derzelver bladen verdorden zou ik „mij zeiven leeren treurig te zijn, en wanneer die vrolijk „stonden, zou ik met dezelven vrolijk worden."

Men moet deze teergevoeligheid ook aanmerken als de oorzaak der oorspronkelijkheid bij de schoone kunstenaars. Naar mate de gewaarwordingen, welken een voorwerp aan den kunstenaar geeft, in sterkte en hoedanigheid onderscheiden zijn van die van andere menschen, naar die mate zijn ook zijne voorstellingen meer of min origineel, la fontaine zij hier een voorbeeld. Hij is in zijne Fables en Contes zeker origineel, vooral in de wijze van voorstelling — en met dat al schreef hij, als 't ware, slegts 't geen hij gevoelde — ten bewijze, dat de voorwerpen, die hij zag, hem op eene wijze troffen, welke hij met zeer weinige gemeen had. Een kunstenaar derhalven, die zulk eene teergevoeligheid bezit, waar door hij op het zien van sommige onderwerpen, buitengewoone aandoeningen of gewaarwordingen ontvangt, en wanneer dezen teffens van dien aart zijn, dat zij door zijn voorwerp natuurlijk konden verwekt worden, is in staat, om, door deze teergevoeligheid, aan zijne voordbrengsels nieuwheid, oorspronkelijkheid en treffendheid te geven; en daar deze teergevoeligheid doorgaands zulke gewaarwordingen opgeeft, die meer of min aan hem alleen eigen zijn, ziet men, waarom men dezelve als eene eigenschap van den schoone kunstenaar in het algemeen, beschouwen moet. Zij maakt op zig zelf den schoonen kunstenaar niet uit; zij kan, wanneer ze buitensporig wordt, gelijk in dwazen en zwakken, gedrogtelijke beelden voorduren gen; maar zij wordt overal vereischt, waar men door nieuwheid vermaken, en door aandoenlijkheid treffen zal.

Maar om nu deze sensibiliteit, zo als zij eene eigenschap

l) Sentimental Journey, bl. 66. van de Nederd. Vert.

Sluiten