Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkklagt van David op Jonathan, den Zegezang van Mozes, en ik hoef niet te vragen of de digter aangedaan is geweest onder de behandeling van zijn onderwerp; ik gevoel het zelf.

Schoon nu deze gevoeligheid dan buitensporig wordt, wanneer zij boven het mensehelijke is, gelijk in Werther; of op eene verkeerde wijze kan opgewekt worden, gelijk in dweepers, is zij egter zulk eene noodzakelijke eigenschap in den digter, dat men volstrekt zeggen kan, dat een mensch, die dezelve mist, geen geschiktheid ter weereld hebbe, om een digter te zijn; en dat de grooter of kleiner mate van dezelve den groter, of kleiner digter maakt; zo dat schrijvers, die | teergevoelig zijn, zonder de geschiktheid tot eene harmonische uitdrukking te bezitten, in hun prose zelfs poëtisch schrijven, gelijk Fenelon, Rousseau, Göthe, Lavaier, en dergelijken.

Ik heb over deze eerste soort van sensibiliteit nu, denk ik, genoeg gezegd, om te kunnen overgaan tot de tweede, waar door de digter in staat wordt gesteld, om zig in den stand van een ander te plaatsen, en dat te gevoelen, wat die in zulke omstandigheden gevoelen moest.

Daar de digter veeltijds andere persoonen ten tooneele voert, door welken hij zo wel het hart van zijne lezers treffen moet, ais door de voorstellingen zijner eigen gewaarwordingen, is het noodig, dat hij in staat zij, zig zo in hunne gesteldheid te plaatsen, dat men niet den digter, maar den persoon dien hij sprekende of handelende invoert, zelf meent te hooren spreken of handelen. 'T is zo, de verbeeldingskragt werkt hier eenigszins mede; maar zij is alleen het middel, j om de sensibiliteit op te wekken, en aan het werken te helpen; want bijaldien de verbeeldingskragt alleen, of het sterkst, werkt in het voorstellen der gewaarwordingen van anderen, dan krijgt men van den digter wel eene beschrijving van aandoeningen, maar niet meer; daar de digter, die door zijne teergevoeligheid zelve in staat gesteld wordt, om die . gewaarwordingen voortestellen, dezelven niet beschrijft, maar gevoelen doet. Dit laatste nebben sommige kunstrigters voornamelijk in shakespear opgemerkt, en het eerste meer in corneille; en het spreekt van zelfs, dat, bij aldien deze opmerking gegrond is, shakespear in dit stuk verre boven corneille staat.

Men bespeurt deze teergevoeligheid in een hoogen trap in de beste werken der kunst. Voorbeelden daarvan ziet men, wat de beeldhouwerij betreft, b. v. in de schoone groep van

i

Sluiten