Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstaan; want die ook hierin gebrekkig zijn, zijn de armhartigste schepsels die men zig verbeelden kan) om hunne verbeeldingskragt aan het werken te helpen; zij verlaat hun elk oogenblik, en is gelijk aan die galeiroeiers, die, om hunnen meester niet te ontlopen, aan de roeibanken moeten geketend worden. Willen zij scheppen, zij scheppen gedrogten, en brengen hun eigen vonnis mede; willen zij door beelden spreken, zij moeten door eene aanhoudendende lezing van goede digters zig derzelver beelden in het geheugen prenten, en dit gedaan zijnde bedienen zij er zig van, uit gebrek aan eigen voorraad, en verraden egter hunne armoede bij hen die oogen hebben, om hun natuurlijk gebrek te zien, en kundigheid genoeg bezitten om in dit stuk de meo & tuo te oordeelen.

De twee eigenschappen, teergevoeligheid namelijk, en verbeeldingskragt, , welken wij in den geboren digter vonden, maken egter alleen eenen mensch tot geen poëet; maar alleen dan, wanneer zij eene neiging, en een vermogen om zig harmonisch, zinnelijk, door middel der sprake, uittedrukken, tot haar gevolg hebben; en dit is het derde stuk, dat wij, in de behandeling van het aangeboorne in de poëzij, moeten overwegen.

Zo dra een teergevoelig mensch gewaarwordingen krijgt, die hem treffen, die hem bedroeven, verlustigen, of gemengde gevoelens bij hem veroorzaken, zo dra zijne verbeeldingskragt hem beelden opgeeft, die hem levendig voor oogen staan, zijne neigingen aan het werken helpen, en zijne teergevoelige ziel in beweging brengen, dan geraakt hij in dien toestand, welke men enthusiasmus (verrukking) noemt. Deze toestand der ziel, die zig dikwijls zelfsmTde trekken van het gelaat en de houding des ligchaams openbaart, heeft nu, uit hoofde van de gesteldheid onzer natuur, tot haar gevolg, eene neiging om deze gewaarwordingen naar buiten te vertoonen, en dus aan anderen medetedeelen. — Is deze neiging nu van dien aart, dat de spraak het beste en het gemakkelijkste middel is voor hem, die in enthusiasme geraakt was, om deze zijne voorstellingen en gevoelens uittedrukken, dan krijgen wij den digter; zijn daarentegen toonen voor hem geschikter,

III. DE HARMONISCHE UITDRUKKING.

8*

Sluiten