Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langs dezen schakel van denkbeelden wil ik dit stuk uitwerken. Ik begin met de enthusiasmus, als den grond van de neiging om zijne gewaarwordingen medetedeelen. „Alle „kunstenaars, die maar eenigszins genie hebben, zegt sulzer „verzekeren, dat zij somtijds eene buitengewoone werkzaamheid der ziel gevoelen, welke hen den arbeid bij uitstek „gemaklijk maakt, terwijl de voorstellingen zig zonder moeite „ontwikkelen, en de beste gedagten, met zulk een overvloed, „toestroomen, als of zij door een hooger kragt ingegeven „werden. Dit is zonder twijffel dat, wat men enthusiasme „noemt. Bevindt zig de kunstenaar in dezen toestand, dan „staat zijn onderwerp voor hem in een buitengewoon licht. „Zijn genie, als van een hooger kragt verzelt, vindt zonder „moeite, en geraakt zonder arbeid tot de beste uitdrukking „van dat wat hij uitvindt; den digter stroomen de voortreffelijkste gedagten en voorstellingen ongezogt toe; de „redenaar oordeelt met de grootste grondigheid; gevoelt met „de hoogste levendigheid; en de woorden, om zig sterk en „levendig uittedrukken, worden hem als in den mond gelegd. „De schilder vindt het beeld, dat hij zogt, voor zijne oogen „geschetst, en dat in zulk een kragt, dat hij het maar heeft „nateteekenen; zijne hand zelf schijnt van zulk eene buitenge woone kunst geleid, en met elke beweging van zijne ■ Mvingeren krijgt het werk meer en meer leven." In beeldhouwers zelfs heeft men deze aandrift waargenomen. Men zag Michel Angelo eens aan een marmeren standbeeld werken. In den opslag van zijn oog was iets wilds; de hamer viel met veel geweld op den bijtel, zo dat de afgeslagen stukken marmer ver heen vlogen. Men zoude gedagt hebben, dat het geheele blok aan spaanders zou geslagen zijn. Toen was die groote kunstenaar in enthusiasme. Hij zag het beeld, het welk hij wilde voorstellen, reeds in het blok marmer, en vol ongeduld, om het daar uit te vormen, sloeg hij slegts het overtollige weg, en was verzekerd niets van het beeld, dat hij in zijn hoofd had, te zullen weghakken.

Schoon nu deze toestand hare trappen heeft, naar mate van de genie, de teergevoeligheid, en de verbeeldingskragt

„ik Ossian, tot de tweede Homerus en Pindarus brengen. „Anderen bewerken maar vreemde stof; daarin komt het op „de deelneming des inwendigen mensche aan, of die poeëten „zijn? Virgilius en Horatius behooren hier voornamelijk".

:) Theorie art. Begeisterung.

Sluiten