Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe grooter derhalven de teergevoeligheid, hoe sterker de verbeeldingskragt bij den digter is, hoe noodiger voor hem het oordeel en de smaak zijn. Mist hij dezelve geheel en al, dan moet hij natuurlijk ons buitensporige gewaarwordingen en gedrogtelijke beelden geven; in een woord, dan wordt hij een Swanenburg. Heeft hij een kleine mate van oordeel en smaak, maar die egter niet genoegsaam was, om zijne teergevoeligheid en verbeeldingskragt binnen de palen te houden, dan bespeurt men in zijne voordbrengselen zulke gebreken, als men bij Shakespear, Jan Vos, Antonides en soortgelijken aantreft; maar zijn dezelve van die sterkte, dat zij juist geëvenredigd zijn naar zijne teergevoeligheid en verbeeldingskragt, dan staat hij in een gelijken rang met Homerus, met Ossian, met Virgilius, met Klopstock enz. Hoewel nu zelden eene sterke verbeeldingskragt gepaard gaat met een fijn oordeel, het zij om dat het laatste een zeer zeldzame gave is, het zij om dat het natuurlijk door eene sterke verbeeldingskragt verzwakt, en om zo te spreken overschreeuwd wordt, zo heeft men egter in Homerus b. v. een bewijs, dat deze dingen zeer bestaanbaar met elkander zijn; en omtrend Klopstock leest men met betrekking tot dit stuk het volgende 1). „Zijn verstand is helder, geregeld, vaardig, doordringend. „Zijne verbeeldingskragt is groot, zijn oordeel nog grooter. „De verschillende vermogens, die den digter uitmaken, staan „bij hem bijkans in evenwigt; en als er een was, sterker „dan de anderen, dan zoude het de inwendige aanschouwende „gewaarwording zijn. Zijn hart is edel, zagt, teder. Hij is in „een hoogen graad meester over zig zelf. Een zeer nauwkeurig opmerker — Deelnemend, weldadig, niet agter„houdend — Stoutmoedig, snel en bij uitstek aanhoudend in „alle ondernemingen — Nooit iets onstuimigs. Altoos daar „waar hij is, waar hij wil zijn en wezen moet — Dergelijke „eigenschappen zijn het zeker, die eenen digter van een „sterk gevoel en levendige verbeeldingskragt allernoodigst „zijn, om hem voor sterke buitensporigheden te bewaren."

J) z. de Brieven van Tellow aan Elize bl. 22.

Sluiten