Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eene opvoeding van het menschelijk geslagt voor eene volgende huishouding; en dat staatkunde en godsdienst de twee oppervoogden zijn van het nog altoos onmondige menschdom.

Het is, bij mijne verlichte natie volksgevoel de armoede te beschouwen als een kwaad, hetwelk de godsdienst afkeurt en door de staatkunde moet en kan voorgekomen worden' De godsdienstige weldadigheid reikt middelen toe; en de schatkist van den staat behoort aantevullen wat er aan ontbreekt, of zorge te dragen, dat aan ledige handen werk en belooning verschaft worde, dat ouden, zwakken, zieken en kinderen geen gebrek lijden of hulp ontbeeren, maar dat het noodig levensonderhoud aan de zodanigen geregeld werde toegediend. Staatkunde en godsdienst hebben geen medelijden met luiheid. Dezelve wordt wel met honger, of met beroving van vrijheid, ja met slagen, tot werken genoodzaakt, maar door geene ontijdige of ongepaste mildadigheid aangemoedigd? Hierdoor worden de gemeene uitgaven verminderd ; de inkomsten, door de aanwakkering van het voordbrengend vermogen, vermeerderd; misdaden beteugeld of voorgekomen; beschaafdheid bevorderd; en door dat alles blijft er zulk een ruim overschot voor behoeftige kinderen, zieken en ouden, dat aan dezelven een ruim deel kan worden toegereikt.

Sluiten