Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den anders met onwilligen, geest bang! Hoe dikwijls noodzaakt gij denzelven tot eenen strijd tegen u, in plaats dat gij denzelven zoudt behulpzaam zijn, en dienen in onderdanigheid» Veeltijds zelfs is dit uw neerdrukkend vermogen voor den geest verborgen; veeltijds waant hij, dat niet in u, maar in zig alleen, de oorzaak te vinden is van zijne nedergeborenheid en treurigheid. Zo misleid, arbeidt hij te vergeefs om zig optehelfen, en vermoeit zig vrugteloos, door den strijd van eene verkeerde zijde aantevatten; en die middelen te verzuimen, weike, in zulke gevallen, de beste, ja dikwijls de eenigste zijn; namelijk het verbeteren van het ontstelde werktuig of het beredeneerd geduldig dragen van deszelfs ongeregeldheid zonder, daardoor, zijne rust en zijnen moed zig te laten benemen.

Moeilijk voorzeker is het, te onderscheiden, in de bijzondere gevallen wanneer, en in hoe verre, de ongesteldheid van net dierlijk werktuig de oorzaak is van de neergedruktheid van den geest; te meer, omdat dikwijls meer dan ééne oorzaak daarvan voorhanden is, waarvan deze in den geest en die m het ligchaam zijnen grond heeft, welke zig samenvoegen of weerkeerig werken, om die kleinmoedigheid te veroorzaken. Men kan ook teveel aan het ligchaam toeschrijven; even of de ziel geheel en al door hetzelve gewijzigd gedwongen en beheerscht werd. Dit is door somn%ge wisperen dadelijk geschied. Hoe verre deze egter van de waarheid af zijn, blijkt duidelijk uit alle die voorbeelden, waarin de geest het ligchaam zo onwedersprekelijk onder deszelfs bedwang houdt, dat zelfs het dierlijk gevoel, zo niet geheel weggenomen, immers ende tenminsten zeer sterk verdoofd W°X- meniSmaal is zelfs in zommige ziekten, ja bij de

ontbinding van het ligchaam, de geest zo onbelemmerd werkzaam, alsof het dierlijk werktuig volkomen in orde was Het is derhalven een stuk van het grootste aanbelang • aan den eenen kant, de schuld onzer kleingeestigheid en moedeloosheid niet slegts op de gesteldheid van ons zintingeiijk gestel te leggen, maar ook, aan den anderen kant, zig zijn geest met zo klein, zo zwak, zo laag voortestellen, als luj zig wel eens vertoont. Het is, ter voorkoming van zedelijke vadzigheid zowel als van dierlijke neerslagtigheid van veel belang, door behulp der natuurlijke wijsgeerte en proefondervindelijke zielkunde, deze en gene grondbeginsels te leggen, waardoor men eenige helderheid, is het niet in alle gevallen, tenminsten in sommige, ontvangt; ten einde

Sluiten