Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die vragen zijn, ik mag ze hier wel even herhalen, de volgende:

i°. Is de bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege, met het oog op de gevaren voor den Nederlandschen veestapel en het oeconomische nadeel, aan deze ziekte verbonden, gewenscht?

2°. Is het voor de bestrijding en de genezing van het mond- en klauwzeer noodzakelijk, dat een nader onderzoek wordt ingesteld naar de ziekte en haar verschillende eigenschappen, zoo ja, op welke wijze moet het onderzoek plaats vinden ? en hoe kan de regeering daaraan bevorderlijk zijn ?

3°. Hoe kan, in afwachting van de resultaten van dit onderzoek of bij ontkennende beantwoording van de tweede vraag, het mond- en klauwzeer op de beste wijze worden bestreden ?

Uit het formuleeren dezer vragen moge U blijken, dat inderdaad de Regeering meent, dat, al zou de samenstellling uwer Commissie met tal van wetenschappelijke krachten U in staat stellen om een oordeel over de bestrijdingswijze van het monden klauwzeer uit te spreken, zij toch meent, dat de mogelijkheid geenszins is uitgesloten, dat een langdurig onderzoek noodig zal zijn om helder licht in dit vraagstuk te krijgen.

Dat, in afwachting van zulk een onderzoek, dat wellicht lange jaren zal kunnen duren, prijs wordt gesteld op Voorstellen van hetgeen nu dadelijk moet geschieden, behoeft geen betoog.

Eindelijk wensch ik nog een vierde punt onder uwe aandacht te brengen.

Herhaalde malen bereiken mij mededeelingen van personen, die middelen hebben uitgevonden of die reeds sedert jaren zulke middelen toepassen, ter bestrijding van het mond- en klauwzeer.

Het is in overeenstemming met den wensch, te dien opzichte in de Tweede Kamer der Staten-Generaal uitgesproken, wanneer ik U moet verzoeken, deze bestrijdingsmethodes aan een zoo nauwkeurig mogelijk onderzoek te onderwerpen.

Ik leg daar den nadruk op, omdat ik weet dat velen tegenover zulke bestrijdingswijzen sceptisch gestemd zijn. Ik wensch allerminst den indruk te vestigen, dat al de mededeelingen, die mij te dien opzichte herhaalde malen bereiken, door mij worden geloofd, maar aan den anderen kant worden zoo vaak, zulke oogenschijnlijk sterk gedocumenteerde mededeelingen te mijner kennis gebracht, dat ik het plicht acht, dat wetenschappelijke, ernstige mannen deze resultaten onderzoeken.

Ik zou niet verantwoord zijn, indien ik de mededeelingen omtrent deze geneeswijzen eenvoudig onder het odium >kwakzalversmiddelen" ter zijde legde.

Ik verzoek uwer Commissie dus met den meesten aandrang ook hieraan wel hare aandacht te willen wijden.

Sluiten