Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vóór- en tegenstanders van de tot heden gevolgde bestrijdingswijze van het mond- en klauwzeer hebben vaak zeer scherp tegenover elkander gestaan. Niet zelden hebben beide partijen elkaar met scherpe wapenen bestreden.

Ik heb getracht bij de samenstelling der Commissie uit beide kampen vertegenwoordigers te benoemen.

Waar de gevoelens echter zoo uiteenloopen, moest groote waarde gehecht worden aan de keuze van den Voorzitter.

Het is mij bijzonder aangenaam, dat de President van het Koninklijk Nederlandsch Landbouw-Comité zich bereid verklaard heeft, deze inderdaad niet gemakkelijke taak, op zich te willen nemen.

Ik dank U dan ook van harte, Mijnheer Zaaijer, dat ik U als zoodanig aan Hare Majesteit heb mogen voordragen.

Ik zou het natuurlijk op zeer hoogen prijs stellen, indien het mogelijk ware, dat de Staatscommissie tot een éénstemmig resultaat kon komen. Mocht deze verwachting echter de bodem worden ingeslagen, dan zal ik gaarne van hen, die meenen zich niet bij de beslissing der meerderheid te kunnen neerleggen, afzonderlijke motiveering hunner denkbeelden tegemoet zien.*

Deze rede werd door den Voorzitter der Staatscommissie, den Heer Mr. Dr. C. P. Zaaijer als volgt beantwoord: Excellentie.

»Het moge mij allereerst vergund zijn U den dank der Commissie te betuigen voor de vriendelijke woorden, welke door U zijn gesproken en U tevens hulde te brengen voor Uw, door Hare Majesteit bekrachtigd, voornemen om aan een Staatscommissie de bestudeering van de gevaarlijkste der besmettelijke veeziekten op te dragen.

Het mond- en klauwzeer tast den veestapel, bestanddeel van onzen nationalen rijkdom, in zijn waarde aan; het bezorgt het bedrijf van den veehouder een gevoelige schade; het verstoort den internationalen handel, waarvan ons vee een belangrijk object is; het doet de aangetaste dieren lijden en bedreigt de openbare gezondheid.

De Staat laat zich sinds 1880, toen het mond- en klauwzeer onder de besmettelijke veeziekten werd opgenomen, aan de bestrijding daarvan gelegen liggen; sindsdien zijn de wettelijke maatregelen in aantal en kracht toegenomen. Doch over de principieele vraag, of bestrijding van Staatswege wenschelijk is, wordt verschillend gedacht, evenals over deze andere: welke wijze van bestrijding gevolgd dient te worden.

Het Staatstoezicht heeft in de laatste 12 jaar een voorkeur voor het afmaaksysteem aan den dag gelegd. Wilt gij een besmettelijke ziekte bestrijden, maak

Sluiten