Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het mond- en klauwzeer in opdracht van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel H. A. van ijsselsteijn andermaal ter hand genomen.

De geschiedenis toont duidelijk aan, dat bij de beoordeeling van de werking van het serum verkeerde meeningen ingang gevonden hebben. Men moet bij de bestrijding van het mond- en klauwzeer twee verschillende richtingen niet met elkander verwarren. De eene richting beoogt eene absolute bestrijding van het mond- en klauwzeer door afmaking van ziek en verdacht vee. De andere richting, die om allerlei redenen deze absolute bestrijding verwerpt, wenscht pogingen aan te wenden om de schade der ziekte door isolatie, ontsmetting en hygiƫnische maatregelen zoodanig te beperken, dat deze schade zoo gering mogelijk zal zijn.

Voor hen, die de laatst genoemde richting verdedigen, is het serum een middel van onschatbare waarde. Zooals vooral uit latere proefnemingen gebleken is, moet ook aan serum en bloed van pas herstelde dieren eene niet geringe waarde worden toegekend om de schade, die het mond- en klauwzeer veroorzaakt, te doen afnemen.

Sluiten