Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de levensvatbaarheid tijdelijk te bewaren, want het is van andere ziektekiemen, die onder bepaalde schadelijke invloeden spoedig afsterven, bekend, dat zij aan evenbedoelde invloeden onttrokken zijnde, lang blijven leven.

In het algemeen weet men, dat smetstoffen, die geheel naakt, dus niet bedekt zijn b.v. door een slijmlaag en blootgesteld zijn aan uitdroging en zonlicht spoedig afsterven, terwijl deze smetstoffen, omgeven door bloed of slijm en in het donker bewaard, lang in leven blijven.

Alsdan zijn bepaalde smetstoffen tijdelijk zelfs weerstandbiedend aan uitdroging. Deze feiten mogen tot zekere hoogte ook geacht worden te gelden voor de smetstof van het mond- en klauwzeer.

Het zou verklaarbaar zijn, dat een laag mondslijm van het rund in staat is de smetstof van het mond- en klauwzeer eenigen tijd te conserveeren, wanneer zij aan kleederen of veevoeder is blijven kleven, terwijl aannemelijk is, dat de smetstof, die geheel naakt hieraan blijft hangen, spoediger afsterft.

Hierbij kan de vraag gesteld worden:

Kan de smetstof van het mond- en klauwzeer onder gunstige omstandigheden niet alleen gedurende eenigen tijd blijven leven, maar mag men ook aannemen, dat zij in staat is zich verder te ontwikkelen, hetgeen men, indien de smetstof tot de bacteriën behoorde, zoude bestempelen met den naam van saprophytisme en indien zij tot de protozoën gerekend moet worden, den naam zoude dragen van saprozoïsme?

Een saprophytische eventueel saprozoïsche ontwikkeling van de smetstof van het mond- en klauwzeer is onaannemelijk.

Indien een dergelijke levenswijze voorkwam, dan zou het niet verklaarbaar zijn, dat de ziekte, na eenigen tijd in bepaalde streken geheerscht te hebben, geheel verdwijnt zonder een spoor achter te laten. Is de ziekte eenmaal uit een streek verdwenen, dan kan zij niet meer ontstaan, zonder dat de smetstof van elders wordt aangevoerd.

Dat men evenwel tijdelijk met smetstofdragers en tenaciteit der smetstof rekening moet houden, is niet aan twijfel onderhevig.

Reeds werd de aandacht er op gevestigd, dat men de smetstof niet kunstmatig kan kweeken. Alle pogingen om haar op kunstmatigen voedingsbodem te doen groeien zijn mislukt. Deze eigenschap der smetstof levert geen steun aan het vermoeden, dat zij tot een saprophytische eventueel saprozoïsche levenswijze in staat is. Mede in verband met de epizoötische verhoudingen der ziekte moet men aannemen, dat de smetstof van het mond- en klauwzeer geheel het karakter draagt van een obligate parasiet.

Sluiten