Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral het schoeisel van zulke personen, maar ook de handen en de bovenkleederen spelen hierbij een belangrijke rol.

De personen, die vooral gevaar opleveren zijn veehandelaren, slagers, castreerders van varkens, veedrijvers en stalpersoneel.

Vliegen, ratten en muizen kunnen ook een rol spelen bij het overdragen van de smetstof, terwijl eveneens honden, vogels en andere kleinere dieren waarschijnlijk dragers van smetstof kunnen zijn.

Aan de wielen van voertuigen, aan de tuigen, aan de voeten van paarden, die op verdachte erven tijdelijk vertoefd hebben, kan blijkbaar de smetstof blijven hangen. Mest en strooisel van besmette erven moeten steeds als een gevaarlijke bron van overdraging van besmetting beschouwd worden. Versche, niet bereide of niet ontsmette huiden leveren ook steeds gevaar op.

De melk van besmette erven en de ondermelk van de fabrieken, indien het mond- en klauwzeer heerscht, kunnen de smetstof verspreiden. De besmette ondermelk der fabrieken kan de oorzaak zijn, dat de ziekte onder vee van veehouders, die deze melk ontvangen, explosief optreedt.

Men mag aannemen, dat de melk inwendig in den uier bezoedeld kan zijn met de smetstof van het mond- en klauwzeer, aangezien genomen proeven schijnen te bewijzen, dat de smetstof reeds in het begin der ziekte uit het bloed in de melk kon overgaan.

Echter kan de smetstof, die de melk infecteert, ook afkomstig zijn van blaren, die zich aan de spenen ontwikkelen.

Blijft. de smetstof in de melk levensvatbaar, op grond van genomen proeven met zure wei moet men aannemen, dat zij hierin en in verzuurde ondermelk en in karnemelk spoedig afsterft.

Ten slotte mag men aannemen, dat de ziekte zich door het water in slooten tot het vee, aanwezig in naburige weilanden, kan uitbreiden; zonder twijfel is dit het geval, wanneer vee in verschillende weilanden uit een gemeenschappelijke kolk drinkt.

Resumeerende moet voorop worden gesteld, dat de in het bovenstaande aangewezen oorzaken niet alleen in onderlinge samenwerking, doch ook ieder op zich zelve de concrete aanleiding van de verbreiding van het mond- en klauwzeer kunnen zijn en als zoodanig mogen die oorzaken geen van alle bij de bestrijding van de ziekte uitgeschakeld en verwaarloosd worden.

In het bijzonder moet er echter de nadruk op worden gelegd dat een drietal factoren wel in hoofdzaak bij de overdraging van de smetstof op de hierboven nader ontwikkelde wijze een rol spelen, te weten: personen, vee en melk. Op deze drie factoren moet dus de waakzaamheid van den bestrijder der ziekte wel in de allereerste plaats gericht zijn, zonder dat hij de gevaren, welke uit de andere aangegeven oorzaken kunnen voortvloeien, uit het oog mag verliezen.

Sluiten