Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

┬ž 4 VERSCHIJNSELEN, LOCALISATIES EN COMPLICATIES.

Wanneer het vatbare rund door de smetstoi van het mond- en klauwzeer besmet is, dan treden na verloop van 24 tot 48 uren, in sommige gevallen eerst na eenige dagen ziekteverschijnselen op, die zich gewoonlijk kenmerken o.a. door verhooging der inwendige temperatuur, verloren eetlust en verminderde melkafscheiding. Wordt de smetstof rechtstreeks in het bloed gespoten, dan kunnen deze verschijnselen reeds 6 uren na de inspuiting een aanvang nemen. De periode, die verloopt tusschen het tijdstip der besmetting en het uitbreken der ziekteverschijnselen, wordt bestempeld met den naam van incubatie-tijdperk.

De bovengenoemde verschijnselen ontstaan, doordat de smetstof in het bloed van het rund doordringt en zich blijkbaar daarin vermenigvuldigt. Het optreden van temperatuursverhooging na de besmetting is een nagenoeg constant verschijnsel, ofschoon dit verschijnsel bij jonge dieren veelal sterker op den voorgrond treedt dan bij oude dieren. De verschijnselen, die zich verder openbaren, zijn afhankelijk van de organen of deelen, die vanuit het bloed geïnfecteerd worden.

Vooral in den mond, aan de klauwen en aan de spenen ontwikkelen zich blaren ter plaatse, waar de smetstof zich localiseert.

Bij het rund kunnen deze blaren ook tot ontwikkeling komen aan den neusspiegel, zelfs in den neus en in zeldzame gevallen ook aan den wortel der horens, in de scheede en in het rectum. Bij het varken komen ook blaren voor aan den snuit.

Door deze localisaties treden nieuwe verschijnselen op, namelijk met betrekking tot den mond en keel, sterk speekselen en moeilijk slikken en met betrekking tot de klauwen pijnlijkheid en kreupelheid, die vooral duidelijk in het oog springen als de aangetaste dieren zich bewegen.

Wanneer na het verschijnen der blaren geen bijkomende infectie optreedt, wordt de temperatuur gewoonlijk weder normaal, terwijl de smetstof uit het bloed verdwijnt.

Niet zelden wordt ook de lever aangedaan en dikwijls zetelt de smetstof bij runderen en vooral bij kalveren in het hart, waarvan vele plotselinge sterfgevallen het gevolg zijn.

In de volgende paragraaf wordt hierop teruggekomen.

Veelvuldig ontwikkelt zich in aansluiting aan mond- en klauwzeer een uierontsteking, die, althans voor een gedeelte, als een secundair proces moet opgevat worden. Door de smetstof van het mond- en klauwzeer verliest de uier het

Sluiten