Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5- VATBAARHEID.

Wanneer het mond- en klauwzeer onder het vee uitbreekt, ziet men niet zelden, dat alle dieren in een stal worden aangetast, terwijl onder het vee in de steppen, veelal slechts 40-50 % ziek wordt. Runderen, die de ziekte doorstaan hebben, blijven in den regel voor eenigen tijd verschoond. De aldus verkregen immuniteit duurt in vele gevallen langer dan een jaar, maar kan volgens sommigen 3—5, zelfs 7 jaar lang aanhouden.

Echter komt het voor, dat dieren in betrekkelijk korten tijd herhaalde malen worden aangetast.

Aan de Rijksseruminrichting worden runderen, met het oog op de serumproductie, herhaalde malen met blaarinhoud geïnfecteerd en wanneer deze dieren de ziekte nog niet doorstaan hebben, worden zij na de eerste inspuiting constant door mond- en klauwzeer aangetast, terwijl na de opvolgende inspuitingen de ziekte niet meer tot ontwikkeling komt.

Echter deed zich daarbij het geval voor, dat 4 runderen, nadat zij als gevolg der eerste inspuiting, ziek waren geworden, en op de tweede en derde inspuiting niet reageerden, na de vierde inspuiting weder door mond- en klauwzeer werden aangetast.

De blaarinhoud, die voor deze 4e inspuiting gebruikt werd, was afkomstig van een erf, waar de ziekte in vrij hevige mate voor de tweede maal was opgetreden.

Overigens werd bij deze opzettelijke en herhaalde bloed-infecties nimmer geconstateerd, dat na eene aldus herhaalde inspuiting van blaarinhoud de ziekte optrad.

Nochtans wordt na deze bloed-infectie wel eenige verhooging van temperatuur waargenomen, die echter niet tot vorming van blaren aanleiding geeft.

Het schijnt, dat door deze infecties eene immuniteit is ontstaan in de diepere lagen van epithelium en epidermis, alwaar de smetstof bij de eerste infectie of bij de ziekte, die door natuurlijke besmetting optreedt, zich vanuit het bloed localiseert.

Er heeft zich hierbij een weefsel-immuniteit ontwikkeld, die onafhankelijk van de anti-lichamen, *) die in het bloed aanwezig zijn, blijft voortbestaan. De antilichamen kunnen reeds lang uit het bloed verdwenen zijn, terwijl deze weefselimmuniteit voortduurt.

De weefsel-immuniteit is blijkbaar de hoofdoorzaak van de langdurige

*) Over anti-lichamen wordt uitvoerig gesproken op blz. 38 en 39.

Sluiten