Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer men thans in overweging neemt, dat de smetstof van het monden klauwzeer niet kunstmatig in bouillon of in een andere voedingsbodem groeit, dan blijkt hieruit hoe moeilijk het is, voldoende smetstof van deze ziekte te verkrijgen voor de bereiding van serum.

Men kan voor dit doel gebruik maken van de smetstof, die voorkomt in de blaren die bij mond- en klauwzeer o.a. in den mond zich ontwikkelen, maar het is steeds moeilijk hiervan een voldoende hoeveelheid te verkrijgen.

Niettegenstaande wordt van dezen inhoud bij de bereiding van serum tegen mond- en klauwzeer gebruik gemaakt als zijnde vrijwel de eenige wijze, waarop smetstof in een bruikbare hoeveelheid te verkrijgen is.

Het serum tegen mond- en klauwzeer heeft evenals vele andere sera eene zeer specifieke werking, namelijk deze, dat het de smetstof van het mond- en klauwzeer belet zich in het lichaam van het dier te ontwikkelen.

Het is niet aan twijfel onderhevig dat de smetstof van het mond- en klauwzeer als deze in het vatbare dier is doorgedrongen zich daarin verder ontwikkelt en nu een vergift aan het rund afgeeft, waardoor het rund koorts krijgt en ziek wordt.

Dit vergift wordt nu door het mond- en klauwzeerserum blijkbaar gebonden en onschadelijk gemaakt, zoodat de groei der smetstof in het besmette dier geheel of gedeeltelijk wordt stop gezet en het dier gezond blijft of slechts in geringe mate wordt aangetast.

Wij kennen onder de gewone geneesmiddelen geen stoffen, die eene dergelijke specifieke werking hebben bij het mond- en klauwzeer.

Nochtans weten wij dat er gewone geneesmiddelen bestaan, die een genezende werking bij bepaalde infectieziekten bezitten.

Zoo o. a. is het bekend, dat de chinine in staat is malaria-parasieten bij den mensch onschadelijk te maken, dat het atoxyl (een arsenicumpraeparaat) schadelijk werkt op de trypanosomen, die de oorzaak zijn der slaapziekte bij den mensch en dat bepaalde arsenicum- en kwikpraeparaten eene specifieke werking hebben op de spirochaeten, die de oorzaak zijn van de syphilis bij den mensch. terwijl het jodium sterk genezende' eigenschappen bezit op de actinomycose zoowel bij den mensch als bij het rund.

Men mag hieruit de mogelijkheid aannemen dat nog andere geneesmiddelen te vinden zijn. die ter genezing van infectieziekten bij mensch en dier in aanmerking kunnen komen, maar het opsporen van zulke middelen moet bevorderd worden langs rationeelen weg.

Nader wordt hierop teruggekomen in Hoofdstuk IV.

Wat betreft het in deze paragraaf medegedeelde, wordt er tenslotte de aandacht op gevestigd, dat in verband met de werking der geneeskrachtige sera in de immuniteitsleer andere gegevens en meeningen bekend zijn, die hier niet kunnen besproken worden. Het doel van deze paragraaf is slechts aan oningewijden eenig begrip te geven van zaken, die voor hen overigens onverklaarbaar zijn.

Sluiten