Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Dc wenschelijkheid der bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege.

De eerste vraag, aan de Staatscommissie ter beantwoording voorgelegd, luidt: Inleiding. »Is de bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege met het oog op de »gevaren voor den Nederlandschen veestapel en het oeconomisch nadeel aan die »ziekte verbonden, gewenscht ?<

Terwijl in deze vraag uitsluitend aan .bestrijding» der ziekte van Staatswege wordt gedacht, wordt in het tweede vraagpunt van de opdracht der Staatscommissie onderscheiden tusschen bestrijding en genezing* van het mond- en klauwzeer en een antwoord verlangd of ten behoeve van die teide factoren een nader onderzoek naar de ziekte en hare verschillende eigenschappen noodzakelijk is.

Bedoelde onderscheiding tusschen bestrijding en genezing moet naar de meening der Staatscommissie in het geheele rapport, dus ook in dit hoofdstuk, scherp in het oog worden gehóuden.

Onder «genezing* is te verstaan het aanwenden van middelen ten einde een ziek dier in den toestand van gezondheid terug te brengen.

Daarmede is in dit verband op één lijn te stellen »voorkomen« van de ziekte: het aanwenden van middelen ten einde een dier gezond te houden (hygiëne) of het eventueel tegen eene bepaalde ziekte te vrijwaren (inenten).

Genezen en voorkomen van de ziekte behooren tot de taak van den eigenaar van het vee. De taak van den Staat kan hier alleen zijn, het bevorderen van eene bestudeering der ziekte met het doel de kennis van de hygiënische, prophylactische en therapeutische middelen te vermeerderen.

»Bestrijding« der ziekte is een geheel ander begrip. Daaronder is n.1. te verstaan het aanwenden van middelen ten einde ziekte uit te roeien, uitbreiding van eene ziekte in den veestapel te stuiten of het indringen van eene ziekte in den veestapel te voorkomen.

Is nu eene bestrijding van het mond- en klauwzeer van Staatswege, in

Sluiten