Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.inrichting te Rotterdam en Prof. Dr. L. de Blieck, Directeur van het Instituut .voor parasitaire en infectieziekten aan de veeartsenijkundige hoogeschool te .Utrecht, beiden lid der Staatscommissie, worden belast. Zij zullen alsdan ten .behoeve van hun onderzoek over geldmiddelen moeten kunnen beschikken.

»De Staatscommissie moge derhalve aan Uwe Excellentie in overweging .geven:

.1». de genoemde professoren poels en de Blieck te willen belasten met .het onderzoek zooals bovenbedoeld,

»2». te willen bevorderen, dat hun daarvoor de noodige geldmiddelen .worden toegestaan.*

Dit voorstel heeft ten gevolge gehad, dat de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel bij schrijven van 20 Augustus 1919 aan de professoren poels en de Blieck de door de Staatscommissie bedoelde experimenten heeft opgedragen, onder beschikbaarstelling van gelden ter bestrijding van de daaraan verbonden uitgaven. Ieder van genoemde deskundigen werd daarbij tevens door den Minister verzocht een rapport omtrent de resultaten der bovenbedoelde onderzoekingen aan de Staatscommissie uit te brengen.

Aan laatstbedoelden wensch is voldaan en onderscheidenlijk als bijlage VI en VII is dan ook aan dit verslag een rapport van elk der bovengenoemde deskundigen over de door ieder hunner verrichte experimenten toegevoegd.

Naar aanleiding van de onderzoekingen door Prof. poels ingesteld, welke in Bijlage VI zijn medegedeeld, heeft de Staatscommissie zich de vraag gesteld, „wat is door serumbehandeling ten aanzien van het mond- en klauwzeer bereikt en wat is daarvan in de toekomst te verwachten?"; zij is daarbij tot de volgende conclusie gekomen.

Bij de beantwoording van voormelde vraag moet met betrekking tot het eerste gedeelte de aandacht er op gevestigd worden, dat de geschiedenis duidelijk aantoont, dat met de toepassing van serum, aanvankelijk volgens de beginselen van loeffler door hem zelf en door anderen bereid, van een praktisch standpunt niet veel bereikt is, omdat men aan de bestrijding van het mond- en klauwzeer steeds een voorwaarde verbonden heeft, die door de aanwending van serum met kon verwezenlijkt worden.

Deze voorwaarde bestaat hierin, dat het mond- en klauwzeer als het van elders de grenzen van een land nadert en indien de ziekte de grenzen overschrijdt, ter plaatse beperkt en elke lokale of epizoötische uitbreiding voorkomen moet worden.

Men heeft in sommige landen getracht dit doel te bereiken door onverwijlde

Sluiten