Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

torium als in de praktijk verkregen, hetzij zij positief of gedeeltelijk positief, ja zelfs negatief zijn en deze spoedig mededeelen aan een centraal lichaam, dat volgens een ander besluit van het Congres zal worden opgericht. Het Congres heeft n.1. den wensch uitgesproken dat zal worden gesticht een „Office International pour la lutte contre les maladies infectieuses des animaux", hetwelk te Parijs zal gevestigd zijn en dat o.a. tot taak zal hebben alle gegevens betreffende onderzoekingen, bestrijding enz. van besmettelijke dierziekten te verzamelen en aan de verschillende Regeeringen en hare sanitaire departementen mede te deelen.

De Staatscommissie is van meening, dat ook de Nederlandsche Regeering het onderzoek van mond- en klauwzeer in alle opzichten dient te bevorderen. Zij kan dit doen door in tijden dat het mond- en klauwzeer in ons land voorkomt, de gelegenheid te scheppen tot het verrichten van onderzoekingen op ruime schaal door daarvoor bevoegde personen en aan een daarvoor geheel doelmatig ingericht instituut. Zij, die deze onderzoekingen verrichten, zullen zich geheel aan dien onderzoekingsarbeid moeten kunnen wijden en niet door andere werkzaamheden moeten worden afgeleid. Hiervoor zal noodig zijn een instituut voor het onderzoek van besmettelijke dierziekten in het algemeen, met een bijzondere afdeeling en bijzondere accomodaties voor het mond- en klauwzeeronderzoek.

Hierbij dient nog onder de oogen te worden gezien de kwestie of in monden klauwzeer-vrije tijden in zake deze ziekte experimenten zullen worden genomen.

De Commissie is van meening, dat niettegenstaande het mogelijk moet worden geacht door bijzonder strenge maatregelen te verhinderen dat de smetstof zich van uit het instituut verspreidt, het toch praktisch zeer moeilijk uitvoerbaar zal zijn en het gevaar voor verbreiding der ziekte niet absoluut is uit te sluiten.

Beter ware het daarom, wanneer de ziekte uit het land is verdwenen, een eventueel begonnen onderzoek af te breken en dit in een instituut in een ander land te doen voortzetten.

Afgescheiden van bovenbedoeld instituut, acht de Staatscommissie gewenscht de oprichting in Nederland van een Rijkspharmacotherapeutisch instituut ten behoeve van het onderzoek van geneesmiddelen voor veterinaire doeleinden. In een dergelijk instituut zouden de thans nog in beperkte mate ontwikkelde chemotherapeutische onderzoekingsmethoden moeten influenceeren op het te verrichten werk.

Aan bekwame scheikundigen en microbiologen, breed en diep op veterinair gebied onderlegd, zou de leiding van dit instituut moeten worden opgedragen.

Wat betreft het tweede vraagpunt van hare opdracht, komt de Staatscommissie derhalve na vermelding van de uitkomsten der door hare Leden Prof. Dr. J. POELS en Prof. Dr. L. DE BLIECK. in opdracht van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel ovèr serumtoepassing en inspuiting met gedefibrineerd

Sluiten