Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van den Landbouw 1912 Nr. 1 en 1916 Nr. 4, waarnaar te dezer plaatse moge worden verwezen.

Algeheele bevrediging mochten de tot dusver gevolgde methoden van bestrijding niet schenken. De Staatscommissie heeft daaraan haar ontstaan te danken.

In de volgende bladzijden wordt derhalve ruimschoots de aandacht gewijd aan de leemten en gebreken, waaraan de bestrijding in Nederland tot dusver naar het oordeel der Staatscommissie heeft geleden. Waar hierna voorstellen tot verbetering der bestrijdingsmethode worden gedaan, wordt door de Staatscommissie even zoovele malen de hand gelegd op de fouten, welke de gevolgde bestrijding hebben aangekleefd. In verband hiermede moet het overbodig geacht worden, te dezer plaatse vooraf de bezwaren tegen de gevoerde bestrijding ieder afzonderlijk te ontwikkelen. Er moge derhalve worden volstaan met de opmerking, dat een samenvatting van bedoelde bedenkingen het volgende leert.

De hoofdfouten van de tot dusver gevolgde bestrijding hebben van de zijde van de overheid vooreerst bestaan in bezwaren, welke reeds in bovengenoemd rapport van de Directie van den Landbouw van 1912 met name zijn genoemd, doch desondanks in 1914 nog niet waren weggenomen. Hiertoe behooren : ontstentenis van een dwingend voorschrift tot pasteurisatie en gebrek aan voldoende talrijk personeel en materieel ter uitvoering en handhaving van de voorschriften.

In de tweede plaats heeft de bestrijding nog verschillende andere leemten vertoond, waarop hierna ook geleidelijk zal worden teruggekomen. Daartoe behoort o. a. gemis aan contróle over den veehandel.

Van de zijde van belanghebbend, n zijn onvoldoende medewerking, en herhaalde overtreding van voorschriften bij de bestrijding ondervonden.

Wat de wettelijke bepalingen betreft, moet worden opgemerkt, dat deze materie thans nog wordt beheerscht door de wet tot regeling van het veeartsenijkundig staatstoezicht en de veeartsenijkundige politie van 20 Juli 1870, S. 131, zooals deze nader verschillende malen is gewijzigd en door de ter uitvoering van die wet bij Koninklijke besluiten en Ministerieele beschikkingen gegeven voorschriften.

Ter vervanging o.m. van voormelde wet — in het vervolg kortweg tde veewet 187011. te noemen — is inmiddels in 1920 eene nieuwe wet — *de veewet 1920*. — tot stand gekomen (Staatsblad 153 van 1920), die echter^nog niet in werking •s getreden en welker uitvoering ook nog niet in een of meerdere maatregelen van algemeen bestuur is belichaamd.

Toen in den aanvang van 1920 de mondelinge beraadslaging over het. betrokken wetsontwerp in de Tweede Kamer der Staten-Generaal werd aangekondigd, heeft de Staatscommissie bij schrijven van 2 Februari 1920 ter kennis van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel gebracht, dat zij het niet uitgesloten

De wettelijke bepalingen inzake de bestrijding.

Sluiten