Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In- en doorvoerverboden.

ichtte, dat hare voorstellen zich ook uit zullen strekken tot punten, welke bij de reewet geregeld zijn of daarin naar haar oordeel alsnog regeling zouden moeten /inden. Bovendien wees zij daarbij op de mogelijkheid van de indiening van imendementen, die juist punten zouden raken, waarop ook het onderzoek der Staatscommissie betrekking heeft. In verband met een en ander gaf de Staatscommissie den Minister als hare meening te kennen, dat het de voorkeur zoude verdienen, indien de verdere behandeling van de ontwerp-veewet in de Tweede Kamer werd opgeschort tot na de verschijning van haar rapport.

De Minister bleek echter bezwaar tegen zoodanig uitstel te hebben.

Zoowel de >Veewet 1870* als de >Veewet 1920* zal de Staatscommissie dus thans binnen den kring van haar onderzoek moeten betrekken, terwijl bij gebreke vooralsnog van voorschriften tot uitvoering van laatstbedoelde wet, de nadere uitwerking van de wettelijke regeling alleen aan de hand van de ter uitvoering van de Veewet 1870 getroffen voorzieningen kan worden besproken en getoetst.

B. Afweermaatregelen tegen invoer van de ziekte «it het buitenland.

De Veewet 1920 wijdt in Titel III eene afzonderlijke paragraaf aan »de wering van besmettelijke veeziekten».

De drie in die paragraaf voorkomende artikelen luiden!

*Art. 12: Tot wering van besmettelijke veeziekten kunnen door Ons de in>en doorvoer worden verboden of niet dan voorwaardelijk worden toegestaan van :

>a. vee, vleesch, huiden, hoornen, klauwen, hoeven, borstels, haar, wol, beenderen, melk, afgeroomde melk, karnemelk, wei, mest en veevoeder;

andere voorwerpen, welke dragers van smetstof kunnen zijn.

*Art. ij: Het is verboden voorwerpen, waarvan de in- of doorvoer voorwaardelijk is toegestaan, in- of door te voeren langs andere dan de door Onzen .Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel aan te wijzen kantoren.

>Art. 14: Indien de in- of doorvoer is toegestaan onder voorwaarde van .voorafgaand onderzoek, wordt voor dat onderzoek vergoeding van kosten geheven .naar een door Ons vast te stellen tarief.»

Vergelijkt men deze regeling met art. .5 der Veewet 1870, waarin hetzelfde onderwerp is behandeld, dan blijkt dat de Veewet i8;o alleen absolute in- en doorvoerverboden toeliet, de Veewet 1920 met behoud van de mogelijkheid van zoodanige absolute verboden, thans ook de mogelijkheid opent in- en doorvoer voowaardelijk toe te staan. Deze wijziging sluit echter, zooals terstond zal blijken, aan bij de reeds bestaande praktijk.

Voorts is de lijst van voorwerpen, waarvan de in- en doorvoer op boven-

Sluiten