Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grensbeweiding enz.

regeling leert, dat dë grensbeweging van de melk niet aan eenige beperking is onderworpen. De Staatscommissie acht het intusschen ten zeerste noodzakelijk, dat ook hieromtrent regelen worden gesteld. Het Koninklijk besluit van 10 December 1915 S. 510 geeft wel bepalingen omtrent behandeling en vervoer van afgeroomde melk, karnemelk en wei, doch het vervoer van de melk over de landgrenzen, alwaar men altijd voor de mogelijkheid staat, dat van deze zijde van de grens melk wordt geleverd aan fabrieken gelegen aan gene zijde en omgekeerd, terwijl dan later de ondermelk en wei worden teruggevoerd naar de plaats van oorsprong, levert een niet te onderschatten gevaar voor besmetting op.

Het is der Staatscommissie dan ook bij onderzoek gebleken, dat in NoordBrabant zich op vele plaatsen op Nederlandsch grensgebied fabrieken bevinden, waarheen uit België melk wordt vervoerd, terwijl ook op de Geldersche grens (Groesbeek, Ubbergen, Zevenaar) vervoer van melk plaats vindt naar Duitsche zuivelfabrieken te Kleef en Elten, vanwaar de ondermelk en wei dan ongepasteuriseerd terugkwamen, alsmede dat in Zeeuwsch-Vlaanderen (Sluis en Schoondijke) wederkeerige uitlevering van melk van en naar België is geconstateerd.

De Staatscommissie acht het derhalve gewenscht, dat het Koninklijk besluit van 8 December 1870 S. 194 in dier voege wordt aangevuld, dat invoer van melk, afgeroomde melk en zoete wei uit het buitenland kan worden verboden.

Zooals reeds in Hoofdstuk II werd opgemerkt, kunnen voederartikelen met inbegrip van stroo, lijnmeel, lijnkoeken en hooi eveneens de smetstof overbrengen. Kan de buitenlandsche invoer van deze artikelen derhalve worden ontbeerd, dan is het gewenscht, ook te hunnen opzichte voor zoover noodig een invoerverbod uit te vaardigen.

In verband met het bovenstaande zoude van de bevoegdheid gegeven bij art. 12 der veewet 1920 tijdelijk en voor zoover noodig gebruik moeten worden gemaakt ook ten opzichte van stroo, lijnmeel, lijnkoeken en hooi.

Eene aangelegenheid, die in dit verband ernstige beschouwing verdient is de grensbeweiding, de beakkering van grenslanderijen met vee en de bemesting van grenslanderijen

De Staatscommissie heeft, zooals in Hoofdstuk I reeds werd medegedeeld, uit haar midden eene Subcommissie aangewezen, ten einde de bestudeering van dit vraagstuk ter hand te nemen.

Deze Subcommissie heeft, na het hooren van deskundigen, omtrent deze aangelegenheid uitvoerig gerapporteerd. Op grond van dit onderzoek, kan te dezer zake omtrent de feitelijke toestanden aan de grenzen, die zich geregeld door ontginningen wijzigen, het volgende worden medegedeeld.

Langs de geheele landgrens van den Dollard tot aan de kust van Zeeuwsch-

Sluiten