Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inlichtingendienst in het buitenland.

Personenbeweging aan de grenzen.

zijde van de grens, zonder de betrouwbaarheid dier inlichting te kunnen toetsen of op de tijdige verstrekking daarvan invloed te kunnen oefenen.

Dit bezwaar geldt trouwens niet alleen ten opzichte van de ter zake van de grensbeweiding enz. te nemen maatregelen, doch betreft het geheele terrein der overheidsbemoeiingen, die afwering van insluiping van de ziekte uit het buitenland ten doel hebben.

De Staatscommissie is in verband hiermede dan ook tot de overtuiging gekomen, dat hoogst gewenscht is de vestiging door de Regeering van een inlichtingendienst in het bwtenlind, die zich op de hoogte houdt van den stand van het mond- en klauwzeer aldaar en van de daartegen genomen bestrijdingsmaatregelen. Deze dienst zoude uit den aard der zaak ook voor andere besmettelijke veeziekten een gelijke functie kunnen hebben. De Staatscommissie verheelt zich niet, dat de inrichting en samenstelling van dezen dienst nog nadere studie en overleg vereischen, terwijl ook ten behoeve van de vervulling van dezen wensch internationale samenwerking en overleg noodig zullen zijn.

Zoolang een dergelijke dienst nog niet bestaat, zal n en ook alleen reeds op grond van gerechten twijfel omtrent den toestand aan de overzijde der grenzen, de meest strenge maatregelen tot afweer van de ziekte moeten nemen, hoezeer daardoor speciaal aan de grensbewoners groote overlast zal worden berokkend.

De Staatscommissie moet er in dit verband ook op wijzen, dat de bovenbeschreven ten opzichte van de bemesting van grenslanderijen getroffen regeling alleen dan bevredigend kan worden geacht, wanneer het toezicht op de naleving van de voorschriften omtrent onderploeging of bedekking bij bemesting van bouwland en op de naleving van het verbod om weilanden met ingevoerden mest te bemesten in de uiterste gestrengheid wordt uitgeoefend.

De personenbeweging aan de grenzen moet thans nog een onderwerp van bespreking uitmaken.

Tallooze malen worden dagelijks, zoowel Wegens economische redenen als eenvoudig wegens onderling huiselijk verkeer (familiebezoek) onze landgrenzen in beide richtingen door personen overschreden. Het lijdt geen twijfel, of ook hierin schuilt ten opzichte van de overbrenging van het mond- en klauwzeer een besmettingsgevaar- Dit gevaar zal met het verschil in terreinsgesteldheid uiteenloopen. Bijzonder gevaarlijk kunnen b.v. zijn grasmaaiers, visschers en eierenzoekers, die met een besmet erf in aanraking zijn geweest en champignonzoekers, die in Zuid-Limburg bij voorkeur de grensweilanden betreden. Doch ook andere personen kunnen smetstof overbrengen, handelaren, marktbezoekers, herbergbezoekers, enz.

Tot dusver wordt tegen deze personen in tijden van besmettingsgevaar niets gedaan. De Staatscommissie meent echter, dat het ernstig overweging verdient,

Sluiten