Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kon men dus met het isolatiesysteem het mond- en klauwzeer beteugelen, dan zou dit stelsel van bestrijding zeker de voorkeur verdienen.

Principieel moet zonder voorbehoud worden erkend, dat door strenge afsluiting de ziekte is te localiseeren.

Praktische bezwaren van verschillenden aard hebben echter tot dusver zoowel in Nederland als elders over het algemeen belet, dat isolatie werkelijk aan het gestelde doel, de voorkoming van territoriale uitbreiding van de ziekte, geheel of althans in bevredigende mate heeft beantwoord.

De Staatscommissie is dan ook na ernstige overweging tot de overtuiging gekomen, dat de isolatie alleen wanneer de omstandigheden de meest gunstige zijn en ook de medewerking der veehouders zonder voorbehoud is te verwachten, praktisch voldoende kan zijn. En deze conclusie geldt nog slechts voor het geval, dat het vee zich op stal bevindt. In den weidetijd zijn de omstandigheden in den regel zoo ongunstig, dat afsluiting in de weide praktisch doelloos zal zijn.

Neemt men intusschen een oogenblik aan, dat het isolatiesysteem in toepassing wordt gebracht, dan staat men terstond voor de moeilijke vraag, wanneer kunnen de aangetaste dieren na genezing vrijgegeven en in het openbaar verkeer wederom toegelaten worden? Het is bekend, dat de tegenwoordige wettelijke regeling dezen termijn op i5 dagen stelt. Op praktische en wetenschappelijke gronden staat het echter vast, dat dit tijdsverloop veel te kort is, om afdoenden waarborg te verschaffen, dat onder de dieren geen smetstofdragers meer voorkomen. Reeds eerder in dit rapport is gewezen op het bestaan van kortdurende smetstofdragers, die nog eenigen tijd smetstof bij zich hebben, terwijl zelfs enkele dieren (chronische smetstofdragers) nog vele maanden na de genezing de smetstof op andere dieren kunnen overdragen. LOEFFLER bepleitte dan ook een termijn van zes maanden, waarbinnen de genezen dieren voor verdacht zouden zijn te houden en in Zwitserland blijkt deze termijn tot voor kort 8 maanden thans sinds i Januari 1921 3 maanden te zijn (zie bijlage II).

Groote oeconomische en praktische bezwaren gaan echter met een dergelijke langdurige onttrekking van de genezen dieren aan het verkeer vergezeld, nog daargelaten het feit, dat wetenschappelijk niet met zekerheid is aan te geven, na welk tijdsverloop alle smetstof zonder twijfel is verdwenen en dus ook chronische smetstofdragers geen gevaar voor hun omgeving meer opleveren.

Bovendien kleven nog andere groote praktische en financieele bezwaren aan het isolatiesysteem; de afsluiting berokkent veel overlast aan de betrokkenen en behoort toch aan hooge eischen te voldoen, wil zij afdoende zijn. Zij vergt dan uiteraard ook groote kosten. Ook de ontsmetting dient met de uiterste zorgvuldigheid te geschieden, hetgeen eveneens belangrijke uitgaven vordert. B.v. herstelde dieren zullen vóórdat zij worden vrijgegeven, uitwendig moeten worden ontsmet, waarby

Sluiten